Kings & Aces
moderne meesters
/no%20country%20for%20old%20men.jpg)
Zoals een zonnebloem van Van Gogh meteen herkenbaar is, zoals een liedje van Bob Dylan van geen ander zou kunnen zijn, zo zijn er films die onmiskenbaar de persoonlijke signatuur van de maker dragen. Van Garin Nugroho, Julio Bressane of the Coen Brothers bijvoorbeeld: de meesters van de moderne auteurscinema. Regisseurs die graag gezien zijn in Rotterdam. Zij komen aan bod in het onderdeel Kings & Aces.
De gebroeders Coen hebben samen sinds hun Blood Simple (1984) in totaal twaalf unieke films geschreven, geregisseerd en geproduceerd. Hoewel Joel vaak als regisseur, en Ethan vaak als de producent op de de titlerol staat vermeld, doen ze bijna alles samen. En dan is er nog ‘Roderick Jaynes’, de editor van al hun films: het pseudoniem waaronder zij samen opereren. Hun meest recente film No Country for Old Men is gebaseerd op een boek van de grote Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy. Een meedogenloos verteller, deze McCarthy, en No Country is voor de Coens hun meest
klassieke, afgemeten en onontkoombare film. En misschien ook wel hun beste - maar iedere filmliefhebber lijkt in hun geval altijd een persoonlijke favoriet te hebben. Setting is het western landschap van de Texaans-Mexicaanse grens. Op die zonverbrande vlaktes stuit ene Llewelyn Moss (Josh Brolin) op een tas met geld in een auto omringd door lijken. Geen ‘zuiver geld’, zoveel is duidelijk – behalve de lijken ligt in de pickup ook een voorraad heroïne – maar toch neemt hij de tas mee. Volgt een kat en muisspel: de gruwelijke killer Javier Bardem zit Ross al snel op de hielen, en de sheriff Tommy Lee Jones – verbitterd is niet het juiste woord – volgt in hun spoor. De kat mag dan honger hebben, voor de muis is het een zaak van leven en dood. En trouwens, ook katten sterven...
In het jaar 2000 eerde het International Film Festival Rotterdam de Braziliaanse veteraan Júlio Bressane (1946, Rio de Janeiro) met een retrospectief. Bressane was in de jaren zestig en zeventig een van de hoofdrolspelers in de Braziliaanse ‘Cinema Novo’ beweging, en heeft inmiddels een rijk oeuvre van circa zesentwintig speelfilms. De meest recente heet Cléopatra. Hier wordt de legendarische Egyptische koningin gespeeld door de sensuele Alessandra Negrini. Ze legt het, geheel volgens de overlevering, in een vergeefse poging de Egyptische eigenheid te redden van Romeinse inlijving, aan met Rome’s leiders Julius Caesar en Marcus Antonius. In een serie gestileerde, spectaculair uitgelichte tableaus, is de film afwisselend seksueel, en soms pervers, en dan weer hallucinerend als de middelen die de geliefden tot zich nemen. Daarbij lijkt de Portugese taal lijkt bijzonder geschikt voor de gedragen, klassiek teksten. Met deze must voor de liefhebber is het Bressane kortom weer gelukt om een klassiek, literair thema op volslagen tegendraadse wijze vorm te geven.
Garin Nugroho (1961, Yogyakarta) heeft de reputatie één van de beste Zuid-Oost- Aziatische regisseurs te zijn van dit moment. Zijn films wortelen diep in de Indonesische maatschappij en cultuur. Garin Nugroho begon zijn carrière in de Indonesische filmwereld als theoreticus waarna hij sinds de vroege jaren tachtig werkzaam werd als filmwetenschapper en criticus. In 1991 maakte zijn eerste film: Love Is a Slice of Bread. Met Opera Jawa (2006) had hij afgelopen jaar op het International Film Festival Rotterdam en op andere internationale filmfestivals ongekend succes. Teak Leaves at the Temples plaatst ‘free jazz’ tegen de achtergrond van het Yogyakarta en Centraal Java van na de grote aardbevingen. De Westerse jazzmusici Guerino Mozzola, Heinz Geisser en Norris Jones komen samen met lokale traditionele muzikanten en de plaatselijke beeldhouwer Ismanto. Ze voeren met elkaar het geïmproviseerde muziekstuk Teak Leaves at the Temples op in de Borobodur tempel. De inwoners van de gebieden rondom de tempel worden uitgenodigd om de opvoering bij te wonen en mede door hun een eigen inbreng te bepalen.