Nummer 250: Pim Wulffele, hulpverlener
Pim Wulffele (38) hoefde niet lang te wachten op zijn felbegeerde kaartjes. Tijd om een kopje koffie te drinken was er eigenlijk niet bij. Om kwart voor elf trok hij het nummer 250. Precies om twaalf uur stond hij weer buiten.
Hoe laat stond je bij de kassa?
“Dat was tien voor twaalf.”
Hoeveel films ga je kijken?
“Ik ga 14 films kijken. Met mijn vrienden, want ik heb meerdere kaartjes gekocht: in totaal 35.”
Hoe stel je je programma samen?
“Ik doe dat volgens mij niet zo handig. Eerst lees ik de Volkskrantbijlage van A tot Z. Ik ben visueel ingesteld, dus ik kijk ook naar de plaatjes op de website. En ik lees daar de uitgebreidere omschrijving nog eens na. En dan komt pas de selectie: wat overlapt elkaar, en wat vind ik écht leuk.”
Wat betekent het IFFR voor jou?
“Het is een happening. Je beleeft de films echt op een andere manier. De ambiance is zo spannend. De mensen zijn toegankelijker dan in het dagelijks leven en het festival trekt een divers publiek.”
Welke film kijk je het meest naar uit?
“Dat is Avant que j’oublie, een sluitstuk van een drieluik. De eerste twee delen heb ik niet gezien. Dit derde deel gaat over de herfstdagen van het leven van een man. Het thema boeit me. Ik wilde net ook liever mijn leeftijd niet zeggen. Het zal wel te maken hebben met de vergankelijkheid. Het voorbereiden op je eigen dood.”
Wat is de ultieme festivalfilm?
“Het klinkt misschien als een cliché, maar het moet een film zijn die me verrast. Een film die me raakt. Drie jaar geleden zag ik een Franse film die zo shocking was dat er mensen uit de zaal wegliepen. Alleen kom ik niet meer op die titel. Ik zat zelf aan mijn stoel vastgenageld. Als een film iets met je doet, dan is het geslaagd. Wat trouwens niet betekent dat een film altijd shockerend moet zijn.”