A Programmer's Chronicles 17

door Gertjan Zuilhof
Om maar met een cliché te beginnen. Singapore is een nette stad. Heel netjes. Te netjes in de ogen van velen, niet in de laatste plaats in de ogen van de locale filmmakers. Netjes betekent hier dat men in Singapore behalve een effectieve reinigingsdienst en hoge boetes op zwerfvuil en wildplassen ook een strenge censuur heeft. Die censuur is er niet alleen om te voorkomen dat basisscholieren net te vroeg de ins en outs van anale seks leren, maar ook om iedere politieke oppositie monddood te maken. Politici van de verkeerde partij krijgen huisarrest, worden via juridische procedures financieel geruïneerd of vanwege wat dan ook gearresteerd en opgesloten. Over Singapore en politiek valt meer dan een boek te schrijven.
In de film Singapore Rebel van Martyn See (2005) wordt een portret geschetst van de tegendraadse politicus Dr. Chee Soon Juan. De politicus werd juridisch weggewerkt en de filmmaker ging ook niet vrij uit. Fijn land. Of fijne stadsstaat zoals het kleine, maar welvarende en overgeorganiseerde Singapore wordt genoemd.
Censuur is er altijd in de eerste plaats voor de politiek, maar het argument om censuur te hebben is altijd weer de seks. De perversie. De lust naar het afwijkende en om wat meer uit te proberen dan wildplassen.
De meest talentvolle Singaporese filmmaker van het moment is Royston Tan. Hij liep met zijn spraakmakende eerste speelfilm 15 flink tegen de muur aan die het onnette buiten Singapore moet houden. Het aantal cut's dat de censuur in de film maakte viel nauwelijks te tellen. Vijftienjarige jongens luchten in de film hun hart en speculeren er lustig op los over dingen die ze wel zouden willen, maar waarschijnlijk nog nooit hebben gedaan. Tan sloeg geestig en gevat terug met de korte film Cut, een satirische musical waarin hij zogenaamd de lof zingt over de dame die het hoofd van de censuurorganisatie is. Een klein niet te censureren meesterwerkje dat men op de burelen van de censuur van Singapore waarschijnlijk niet eens heeft uitgezien. Lof (gemeend of niet) laat zich nu eenmaal niet censureren.
En dan Sun Koh. Ze is de eigenzinnige en prettig gestoorde nieuwe hoop van het onafhankelijke filmen in Singapore. Sun Koh kwam vorig jaar naar Rotterdam met het geile Bedroom Dancing. Een korte neukfilm. Geen porno, maar feitelijk op zijn minst zo opwindend. De film was gebaseerd op een waar gebeurt feit. Een man werd gearresteerd vanwege masturberen in zijn eigen huis. Een van zijn buren had hem bespied en aangegeven. Ja, fijne stadsstaat. Sun Koh verzon tot in de details het liefdesleven van de gearresteerde man en maakte een liederlijke film die je alleen maar een ode aan de lichamelijke liefde kunt noemen.
En vervolgens besloot Sun Koh nog meer kilte in haar Singapore te gaan bestrijden. Singapore is zoals gezegd welvarend en doet ook aan ondersteuning van de kunsten. Zelfs van film. Al is het met mate. Volgens haar drijft het de jonge onafhankelijke filmmakers uit elkaar. Het maakt ze tot kleine roofdieren die in isolement hun kans op subsidie afwachten. Ze keek jaloers over de grens waar in Maleisië een heuse filmbeweging opbloeide die zijn kracht juist aan samenwerking ontleende. Een samenwerking waarin regisseurs produceerden voor andere regisseurs of scripts schreven of monteerden of zelfs hun prijzengeld aan elkaar afstonden. De namen zijn inmiddels bekend, maar het is altijd goed om ze te herhalen: Amir Muhammad, James Lee, Yasmin Ahmad, Ho Yuhang, Deepak Kumeran Memon, Woo Ming Jin, Liew Seng Tat en de Tiger Award winnares 2007 Tan Chui Mui.
Dat wilde Sun Koh ook in Singapore. Dat je een samenwerking uit noodzaak zoals in Maleisië (waar vooral uitgesloten Chinese Maleisiërs steun bij elkaar zoeken) niet kunstmatig kunt afdwingen heeft ze zich misschien ook gerealiseerd, maar Sun Koh is niet het type dat zich door realisme of zelfs wijze raad laat weerhouden.
Ze vatte een plan op en vroeg naast zichzelf nog zes regisseurs om een soort collectief te vormen. Ze droomde van een speelfilm die door zeven regisseurs zou worden gemaakt. Lucky 7 werd de titel. Geen omnibus van korte films, maar iets met meer samenhang en misschien ook wel iets met meer verschil. Ze keerde terug naar het inmiddels eerbiedwaardige pricipe van het Cadavre Exquis; een surrealistisch artistiek gezelschapsspel waarbij de deelnemers onwetend voortzetten wat de ander bijdroeg. Een avant-gardistisch principe van inmiddels een mensenleeftijd geleden. Het spel heeft als alle spelen regels om het goed of leuk te kunnen spelen.
Een van de regels hier was dat Sunny Pang, de hoofdrolspeler van Bedroom Dancing, in alle delen ook de hoofdrol zou spelen. Dat was een goed idee want zijn melancholieke blik en zijn kenmerkende lange haar houden de delen bij elkaar. Ze vond ook dat alle regisseurs in alle denkbare crew-functies aan de film moesten deelnemen. Dat deden ze en daarom moeten ook hun namen worden vermeld: K. Rajagopal, Boo Junfeng, Brian Gothong Tan, Chew Tze Chuan, Ho Tzu Nyen en Tania Sng. Rajagopal nam voor alle delen de catering voor zijn rekening en krijgt daarmee een eervolle vermelding.
Ik zag de rough-cut van Lucky 7. Dacht er niet te lang over na en schreef Sun Koh dat ze welkom was in Rotterdam.