A Programmer's Chronicles 18

From left to right: Albert Hue, Hardesh Seng, Amir Muhammad and (standing) Liew Seng-tat (Malaysia, photo by Danny Lim)




door Gertjan Zuilhof

Ik ben in Facebook. Tijdens mij laatste reis door Zuidoost-Azië werd me regelmatig gevraagd waarom ik niet in Facebook was. Meestal zei ik dat ik niet op zoek was naar een internetdate of als er behoefte was aan meer conversatie vertelde ik over mijn ervaringen op MySpace.

Edwin, de hoop van de onafhankelijke Indonesische cinema, had me overgehaald om zijn werk op MySpace te bekijken. Na een week of zo kreeg ik zo veel verzoeken van potentiële vrienden in de gedaante van blond geverfde vrouwen om hun site te bezoeken (wel eerst je creditcardnummer intypen) dat ik MySpace maar weer verlaten heb. Maar Facebook is anders werd er door menig jong filmmaker gezegd en na een paar weken lijkt dat inderdaad zo te zijn.

Er zijn mensen die in Facebook vijfhonderd vrienden hebben. Om dat aantal te bereiken moet je er natuurlijk wel wat tijd aan besteden. Dus dat zal ik wel nooit halen. Bovendien vind ik vijftig vrienden al een astronomisch aantal. In de echte wereld heb ik aan drie of vier vrienden altijd genoeg gehad.
Facebook, zoals alles wat zich op internet afspeelt, zit ook vol met puberale flauwekul. Dat zul je wel moeten negeren zoals je dat in het dagelijks leven ook doet. Maar laat ik direct maar toegeven dat het aardiger is dan ik dacht. Van een Thaise of Filippijnse filmmaker waarmee ik wel eens een e-mail uitwisselde kan ik nu in zijn of haar fotoalbum bladeren of kijken wie er allemaal bevriend zijn met deze vrienden. Ik zat nog geen dag in Facebook of ik had een nieuw en veelbelovend contact in de soms moeizaam communicerende hoek van het Indonesische korte filmmaken. Dus het is nog nuttig ook.

In het Facebookprofiel van Amir Muhammad, het politieke en humoristische geweten van de Maleisische cinema, vond ik de foto die bij dit stukje is geplaatst. Een echte Facebookfoto want alle mensen op de foto zijn inmiddels Facebookvrienden evenals Danny Lim, de fotograaf van de foto. Ik kon ze dus eenvoudig via Facebook hun commentaar op de foto vragen. 

De foto werd vorig jaar gemaakt tijdens het draaien van de landelijke en speelse documentaire Village People Radio Show van Amir Muhammad. Amir zit vooraan op de foto. Hij draagt een T-shirt van Osians Cinefan, het opmerkelijke festival van New Delhi. In New Delhi werd eerder dat jaar zijn The Last Communist vertoond, ook al een speels gemaakte film over de rol van het communistische verzet in de recente geschiedenis van Maleisië. Geluidsman Hardesh Seng, met de grootste koptelefoon, draagt het promotie T-shirt van The Last Communist. Het vervolg van deze film die ze op de foto aan het draaien zijn, net over de grens met Thailand, laat de inmiddels bejaarde strijders aan het woord. In India vertoonde men later ook deze film, maar in eigen land zijn beide films verboden.

Terwijl ze hier aan het draaien zijn, zijn ze zich er van bewust dat ze de film niet in Maleisië zullen kunnen vertonen. Ze maken hem toch in het besef dat hun gesprekspartners niet het eeuwige leven hebben. Ze zijn hier in gesprek met de lijfwacht van twee oude leiders. Iedere morgen vroeg maken ze met z'n drieën een ommetje door het jungledorp.

Ik vroeg Amir naar de camera en hij merkte op dat deze Panasonic DVX102b exact dezelfde camera was waarmee Love Conquers All van Tan Chui Mui en Flower in the Pocket van Liew Seng-tat zijn gedraaid. De Maleisische films dus die bevestigen dat er zoiets als een Malaysian New Wave is. Love Conquers All won in een dubbelslag op de filmfestivals van Pusan en Rotterdam en Flower in the Pocket maakt zich op om hetzelfde te doen. Pusan werd al genomen en hij draait straks in de VPRO Tiger Awards Competitie 2008 in Rotterdam.

Liew Seng-tat staat overigens rechts op de foto. Hij schreef mij via Facebook dat hij zich op dat moment nog moest aanpassen. Hij was later naar het dorp gekomen. Daardoor had hij ook het bezoek aan de kapper gemist. De drie anderen, behalve Hardesh en Amir ook cameraman Albert Hue, hadden zich in het dorp voor 1 Maleisische Ringit (nog geen 0,20 Euro) kort laten knippen. Op de foto lijken ze daardoor eerder op serieuze boeddhistische monniken dan rebelse filmmakers die werken aan een zeker gecensureerde film.

De reden dat deze foto mij zo bevalt, is dat hij het geheim van het Maleisische filmen bevat. Een klein aantal vrienden, echte vrienden, geen Facebookvrienden, maakt met meer overtuiging dan middelen een hanteerbare en slimme film. Ze doen dat geconcentreerd, maar totaal ontspannen. Volgens cameraman Albert overigens ook vanwege het zwemmen in de rivier vlak daarvoor en ook vanwege de Thaise whisky. Een bejaard guerilladorp als Hof van Eden. Het idyllische licht vindt fotograaf Danny overigens een fotografisch foute tegenbelichting, maar iedereen stond er op en dat telt dan weer zwaarder.