A Programmer's Chronicles 20
%20photo%20Tan%20Chui%20Mui_380.jpg)
door Gertjan Zuilhof
In Hong Kong heb ik weer naar een stukje van Wang Bing's Crude Oil zitten kijken. Een stukje van al snel de lengte van een normale speelfilm. Toch niet meer dan een stukje, want de film/de installatie (over dat schuine streepje straks meer) duurt veertien uur. Twee keer zeven uur om twee tentoonstellingsdagen volledig te vullen met een zich niet herhalend beeld. Al helemaal slechts een stukje als je bedenkt dat het werk in zijn oorspronkelijke opzet zeventig uur zou moeten duren. Gedacht voor een tentoonstelling tijdens een festival van tien dagen, met iedere dag een deel van zeven uur. Maar de productie bleek moeizamer dan gedacht en ook kreeg de maker gaandeweg het proces meer de behoefte om in het materiaal in te grijpen.
Het nieuwe werk van Wang Bing stelt de kijker in de gelegenheid om een volledige zware werkdag mee te maken van de arbeiders die in een afgelegen gebied bij een olie-installatie werken.
Crude Oil werd speciaal gemaakt voor de tentoonstelling New Dragon Inns die ik voor het International Film Festival Rotterdam 2008 samenstelde. Toen ik Wang Bing in 2007 in Beijing sprak had hij twee voorstellen. Het uiteindelijke Crude Oil was het tweede idee en leek aanvankelijk te duur en te ingewikkeld. Voor het eerste plan wilde hij een man volgen die enigszins buiten de stad in een zelfgemaakt onderkomen geheel zelfvoorzienend leefde van zelfverbouwde groente. Hij wilde de man over een bepaalde periode met de camera volgen en eenvoudigweg alles doorlopend vastleggend. In het resultaat zou hij niet willen snijden en een installatievorm leek de aangewezen manier om die stroom aan beelden te presenteren. Het leek mij een sympathiek en haalbaar plan, maar toen er zicht was op financiële ondersteuning van het Hubert Bals Fonds koos de filmmaker resoluut voor een zware tocht naar ontoegankelijke oliewingebieden.
In de filmfestivalcatalogi van Rotterdam en Hong Kong staat nog dat Wang Bing op een hoogvlakte in de Gobi-woestijn filmde, maar in werkelijkheid moest hij uitwijken naar een ander hooggelegen, bergachtig gebied ongeveer vijfhonderd kilometer daarvandaan, een tocht over onverharde en besneeuwde wegen. Het terrein dat nu in de film een hoofdrol speelt ligt in de provincie Qing Hui, een buurprovincie van het qua landschap vergelijkbare Tibet (dat uiteraard niet door iedereen als provincie wordt gezien). Een hoog, leeg, ruw, winderig en ongenaakbaar landschap. Ja, filmmaken kan nog avontuur zijn. Dat ondervond de filmmaker aan den lijve. Bij de op grote hoogte gelegen olie-installatie kreeg hij last van hoogteziekte. Zo ernstig zelfs dat hij de opnamen voortijdig moest verlaten terwijl de crew de rest van het materiaal filmde. Te gast in Rotterdam was de gedreven cineast nog steeds niet helemaal genezen, maar hij leek geen spijt te hebben van het avontuur.
Toen mij duidelijk werd dat de film/installatie geen zeventig, maar 'slechts' veertien uur zou duren, heb ik de maker voorgelegd om de film ook buiten de tentoonstelling in de bioscoop te draaien. Tenslotte is een film van veertien uur nauwelijks langer dan een recente film van Lav Diaz, die we toch ook in zijn geheel aan het publiek aanbieden. Maar Wang Bing voelde daar niet voor. Voor hem bleef het een werk dat voor een installatie was bedoeld en een vertoning in de bioscoop zou andere eisen stellen. Ondertiteling. Montage. Geluidsnabewerking. Uiteindelijk moet je als programmeur altijd de wens van de filmmaker respecteren (of het werk niet vertonen, een programmeur heeft zo zijn eigen final cut, al kon daarvan hier geen sprake zijn), maar ik probeerde het toch nog eens door te suggereren dat ondertiteling van het materiaal een publiek ook zou kunnen helpen. Nu wordt er in grote delen van Crude Oil helemaal niet gesproken, omdat er wordt gewerkt bij het lawaai van grote machines, maar er zit toch snel een paar uur dialoog in van bijvoorbeeld mannen die bij de televisie rondhangen in de schaftkantine. Genoeg tenslotte om het vertalen begrotelijk en tijdrovend te maken en zo werd er toch besloten voor een presentatie als installatie.
In Rotterdam stond de installatie in het voormalige Fotomuseum binnen de context van een tentoonstelling met meerdere installaties. Het was een installatie omdat er installatie op stond, want je zou kunnen beweren dat de vertoning in een donkere zaal met een aantal gemakkelijke stoelen toch veel heeft van een filmvoorstelling.
In Hong Kong stond de presentatie nog iets dichter bij een filmvoorstelling. Hier was verder geen context, het werk werd vertoond in een daarvoor op zich zeer geschikte televisiestudio ver buiten een festival of museale omgeving. De mogelijkheid om tijdens het kijken op willekeurige momenten in en uit te lopen bestond alleen theoretisch. In de zaal stonden zo'n dertig klapstoeltjes (waarvan zeker de helft bezet was toen ik er was) in het gelid en buiten de zaal was niets te beleven. De opzet was duidelijk dat het hele werk diende te worden gezien. Op zich geen straf (nu ja, veertien uur op klapstoeltjes), want het werk bevat prachtige momenten. Zo is het langzaam aanbreken van de dag boven het stenen landschap terwijl de mannen al uren aan het werk zijn een bijna adembenemend schouwspel.
De vraag of Crude Oil van Wang Bing een installatie is of een filmvertoning is in feite triviaal. Het is een belangrijk en groots werk en het etiket is niet zo relevant. Wel relevant is echter hoe een uitputtend werk als dit het beste kan worden gepresenteerd. En hoe het kan voortleven. Heeft een dvd-uitgave zin en krijgt die dan wel ondertitels? En commentaar van de maker? Nu is het een nadrukkelijk commentaarloos werk. Dit lijkt vrij onbenullig, maar ik heb de maker over de werkomstandigheden horen vertellen en dat is bijzonder aanstekelijk. Nog zoiets: zou je bij dit soort werk de kwaliteit van de stoelen moeten voorschrijven? En zo zou je nog vele belangrijke en onbelangrijke vragen kunnen stellen. Want ook bij een groot werk gaat het om details. Niet dat ik zal pleiten voor popcorn, maar kunst en comfort hoven elkaar niet uit te sluiten.