A Programmer's Chronicles 4

Gamecafe in Vientiane (Laos), 2006
door Gertjan Zuilhof

Maak je geen illusies over de cinefiele houding van internationale festivalprogrammeurs, gereputeerde critici en rondreizende filmhandelaren. Ze krijgen van Cannes tot Canberra en van Pusan tot Spokane in de mooiste zalen en op de grootste doeken de beste films gratis aangeboden, maar laten die mogelijkheden vaak aan zich voorbijgaan. Te omslachtig. Te tijdrovend. Handelaren lijken sowieso meer en meer te handelen in films die ze nog niet kunnen zien omdat ze nog moeten worden gemaakt en programmeurs kijken het liefst naar rough-cuts op dvd, want als de film voor het eerst een projectiescherm raakt zijn ze eigenlijk al te laat.

Terzijde. Ik kan iedere filmmaker die zijn film aanbiedt aan een festival aanraden om zoiets als work-in-progress op de dvd te schrijven. Voor programmeurs begint het verouderingsproces zodra de film af is en een geselecteerde film kan niet nieuw genoeg zijn. Tot zover het terzijde.

Wat de zogenaamde professionals dan wel doen tijdens filmfestivals? Behalve dat men bezig is met netwerken, wat vooral voor de horeca zeer lucratief is, houdt men zich massaal op in de videotheek. En men klaagt massaal over de videotheek, want videotheken zijn nooit groot genoeg en nooit lang genoeg open en hebben nooit alle films uit het programma.

De videotheek van het International Film Festival Rotterdam probeert al een decennium lang met de vraag mee te groeien, wat heeft resulteert in wellicht de grootste festivalvideotheek ter wereld, maar nog steeds is de vraag groter dan het aanbod. Heeft een filmprofessional zijn begeerde kijkdoos veroverd dan scant hij of zij diagonaal of transversaal het programma. Er zijn mensen die alleen zijn geïnteresseerd in bloed en horror, of alleen in bepaalde werelddelen, of bepaalde lengten of alleen in vrouwelijk regisseurs en zo verder. Een korte door een vrouw gemaakte splatterfilm uit Togo kan zo de meest of juist minst bekeken film uit het programma worden.

Voor de duidelijkheid. Het bovenstaande is niet zozeer kritiek als wel een observatie. En constatering. En ik kan dit constateren omdat ik mijzelf ook veelvuldig ophoud in festivalvideotheken. In het overgeorganiseerde internationale festival van Pusan in Zuid-Kora is het berucht lastig om kaartjes voor vertoningen te krijgen. Je maakt die reis niet alleen om levende rauwe inktvis te eten. Om te zorgen dat je de nieuwste Koreaanse en andere Aziatische films ziet reserveer je tijdig een stoel in de videotheek. Al wachtend op je beurt kun je ongedwongen netwerken, want iedereen die iets weet van de huidige Aziatische cinema zit eveneens op zijn of haar beurt te wachten. Het kleine, charmante en goed geprogrammeerde festival van Singapore gaat hierin nog een stap verder. De kleine videotheek en het kantoor van het festival bevinden zich in dezelfde ruimte en terwijl men rustig tapes en discs bekijkt gaan de visitekaartjes rond en wordt er, ja, genetwerkt.
 
Je zou kunnen zeggen dat voor de reizende filmprofessionals het fenomeen filmfestival al niet meer bestaat. Ze verlaten nog maar zelden de coulissen van het festival. In Rotterdam zie je dit zelfs op nogal grote schaal. De Doelen met zijn videotheek, zijn bars, zijn vergaderzalen en zijn buitenproportionele wandelgangen vormen een wereld op zich die door vele gasten helemaal niet meer wordt verlaten.
Nu kun je twee dingen doen. Één: je schaft de videotheek af en dwingt iedereen weer naar het grote doek te kijken. Twee: je onderkent dat de videotheek een bijzonder instrument is om door het programma te navigeren en je stelt de videotheek ook open voor het gewone betalende publiek.

Optie één is zonder meer een cinefiele daad, maar wel één met een fundamentalistische inslag. Optie twee zondigt uiteraard tegen de cinefilie, maar is wel een veel meer prikkelende gedachte. Plotsklaps is de grootte van het Rotterdamse programma geen principieel bezwaar meer. Bezoekers kunnen al zappend door het programma en films zoeken op belangwekkende gronden (bijvoorbeeld belangstelling voor bepaalde filmmakers of genres of landen). maar ook triviale (films van filmmakers waarvan men de geboortedatum deelt).

Nog een kleine zijsprong. In Vientiane, de hoofdstad van Laos, wierp ik een blik in een kleine winkel die was omgevormd tot een soort game-café. Jongetjes, nog in hun schooluniformpjes, game-den daar naar hartelust met toestellen die er niet uitzagen als de nieuwste generatie PlayStation of XBox, maar dat kon de pret blijkbaar niet drukken. Tegen de natuur van de spelcomputers in zag het er vooral uit als een gezamenlijk vermaak. Een gedeelde ervaring. Einde van de laatste zijsprong.

Moderne vliegtuigen die lange afstanden vliegen als van Amsterdam naar Singapore, zijn eigenlijk vliegende videotheken. En ook game-café's. Op het schermpje aan de stoel voor je kun je via een keuze menu uit een indrukwekkend aantal films kiezen die je op elk gewenst moment kun onderbreken. Zo'n vliegtuig heeft eigenlijk al de techniek voor een openbare filmfestivalvideotheek. Een stoel, een afstandsbediening en een scherm waarop je alle films uit het festival naar keuze kunt zien. Misschien wordt het wel net zo knus als het game-cafeetje in Vientiane. Misschien worden de kijkervaringen wel even enthousiast uitgewisseld als in de besloten videotheken van Pusan, Toronto, Singapore en Rotterdam.