A Programmer's Chronicles 5
beeld uit de documentaire '13 Lakes' van James Benning (USA, 2004)
door Gertjan Zuilhof
Als alles verandert dan verandert ook het werk van een programmeur. Als ik nu word gebeld door een regisseur die zijn film bijna af heeft vraagt hij of zij aan het einde van het gesprek waar de dvd in de bus kan worden gedaan. Nog niet zolang geleden was de vraag steevast: wanneer kun je komen kijken? Op de tafel. En de tafel - ook weer steevast een onverwoestbare Steenbeck montagetafel - stond altijd op bijna onvindbare locaties. Zo kwam je nog eens ergens. Samen met de maker en de cutter en nog wat mensen die er mee te maken hadden zag je de film op een kleine monitor met de voelbare verwachtingen die daar bij horen.
Ja, ik zal het niet romantiseren, er ontstonden natuurlijk vaak pijnlijke momenten. Tenslotte wilden ze altijd direct weten wat je er van vond en er worden nu eenmaal ook slechte films gemaakt. 35 mm films werden en worden weinig op de tafel bekeken. Bijna altijd lag er op de tafel een 16 mm film en juist dit formaat is de laatste jaren snel en geruisloos verdwenen. Of nagenoeg verdwenen. En voor het te laat is zou een klein en smaakvol afscheidsprogramma op zijn plaats zijn.
16 mm is ooit (in 1923 om precies te zijn) voor amateurs op de markt gebracht. Amateurs gebruiken het allang niet meer. Die zijn via 8 mm en super 8 aan hun zoveelste generatie video toe. Nieuwsfilmers en documentairemakers leken nooit zonder het materiaal te kunnen, maar ook zij zijn allang op video overgestapt. Grote speelfilms werden nooit op 16 mm gedraaid, een enkele wel op super 16 met het oog op een blow up. Kleine speelfilms en vooral avantgarde werk werd wel op 16 mm gemaakt. En juist in die laatste hoek zijn nog makers te vinden die trouw blijven aan hun materiaal. Er zijn filmmakers die de stap naar het digitale video nooit denken te kunnen maken. Die niet zonder de speciale korrelstructuur van het beeld kunnen, die vergroeid zijn met de ambachtelijkheid van aanraakbare filmstroken en het voelbare gewicht van filmblikken. Omdat knippen en plakken iets heel anders is dan past and cut.
James Benning is de filmmaker die het 16 mm filmen tot het hoogste niveau heeft verheven. Films als
Thirteen Lakes (2004) en
El Valey Centro (2000) kunnen zich meten met het beste dat de landschapsschilderkunst heeft voortgebracht. Je moet dit soort vergelijkingen niet te vaak maken - dus niet zomaar een filmmaker met Vermeer vergelijken - maar Benning is de Ruysdael van de 16 mm.
En waarom Benning zijn majestueuze landschappen dan niet op 35 mm draaide? Of op high definition digital video? Omdat de filmschilder met camera en statief alleen het landschap intrek om - zoals hij zelf zegt - zijn beelden te stelen. Te stelen in verboden militaire en industriële gebieden. Hij wil snel en wendbaar zijn ook als hij op niet verboden grond filmt. En zelf monteren. En zelf het geluid doen. Kortom alles in eigen hand houden en daarvoor is het ambachtelijke 16 mm nu eenmaal zeer geschikt. Als het aan hem ligt blijft Benning met 16 mm werken, maar hij heeft het niet alleen voor het zeggen. Zo constateert hij dat de kunst van het 16 mm projecteren verdwijnt. Dat zijn met liefde en eigen geld gemaakte prints soms al gloednieuw aan gort worden gedraaid. Ja, ook Benning ziet dat de dag zonder 16 mm op aanbreken staat.
Benning is een zogenaamde avantgarde meester en in die hoek zijn er meer mensen die aan 16 mm vasthouden. Zoals
Jenny Perlin al moest die recentelijk constateren dat haar favoriete 16 mm kleurenfilm Kodak 7279 vision 500T uit de handel was genomen en vervangen door een film die meer kan wedijveren met video.
Tja, als een filmmaker video zou willen dan neemt-ie wel video. Maar zo denken ze bij Kodak tot verdriet van Perlin niet. En al zouden ze anders denken dan nog lijkt het onvermijdelijke - het verdwijnen van 16 mm filmmaken - niet te voorkomen. Want hoe mooi de films van
Peter B. Hutton ook zijn en hoe intrigerend ook
Sharon Lockhart haar fotografische blik in bewegende beelden vangt: veel omzet levert dat natuurlijk niet op. De laatste restanten Kodak 7279 worden momenteel op e-bay aangeboden.
Ook buiten Amerika zijn nog wat laatste verzetshaarden. Niet toevallig op plaatsen met een sterke experimentele traditie als Oostenrijk en Japan. De onvermoeibare herfilmer
Dietmar Brehm zie ik voorlopig niet met video aan de gang en de jonge Japanner
Ohuhi Shingo van het prachtige
Clear People stelde tijdens het afgelopen Rotterdamse festival dat alleen 16 mm mooi het daglicht kan vangen.
Over de hele wereld bekeken wordt er nog maar weinig met 16 mm gedraaid. Maar die weinige filmmakers kozen wel heel bewust voor hun materiaal en nu het nog net kan maken hun uitzonderlijke films. Een bijna uitgestorven kunst.