A Programmer's Chronicles, maart 2006
My Prince van
Oguchi Yokodoor Gertjan Zuilhof
Je hebt het niet altijd voor het kiezen. Voor mij hoeft Berlijn niet drie dagen na Rotterdam te beginnen. Een weekje zonder festival is ook heel goed te doen. En Tokio hoefde voor mij ook niet naadloos op Berlijn aan te sluiten.
Maar goed, ieder evenement stelt zijn eigen data vast (al hoeft alleen Cannes daarbij geen rekening te houden met anderen) en je kunt alleen maar kiezen of je er wel of niet heen gaat. En wie de kans krijgt om naar Tokio te gaan, moet dat natuurlijk gewoon doen.
Ik was in
Tokio als jurylid te gast van
Image Forum. Image Forum is een aandoenlijke, sympathieke en eigenlijk merkwaardig succesvolle organisatie. Het is een organisatie waarvan in de jaren zestig en zeventig op veel plekken op de wereld werd gedroomd, maar die nergens echt zijn gerealiseerd of inmiddels alweer zijn verdwenen.
Image Forum biedt een platform voor de marginale film. Voor korte films, animatiefilms en korte en lange experimentele films en video’s. Dat klinkt obscuurder dan het binnen de context van de mega-urbane cultuur van Tokio is. Als je in Amsterdam zeg honderd belangstellenden hebt voor hardcore artistieke films dan zijn dat er in Tokio zeker tienduizend. Niet alleen omdat het daar groter is en er meer mensen wonen, maar ook omdat hip, vreemd, nieuw, spannend en interessant een heel andere aantrekkingskracht uitoefenen op een heel ander publiek. Zo exploiteert Image Forum een fraai modernistisch, speciaal voor haar doeleinden ontworpen bioscoopje in een duur deel van de stad, geeft ze aan de lopende band boeken en dvd’s uit, organiseert ze workshops en meer omvattende opleidingen voor jonge filmmakers en organiseert ze dus een festival. Een festival met een competitie voor Japanse experimentele films met ook een internationaal jurylid. Het was me een genoegen.
Samen met de veteraan animatiefilmer
Taku Furukawa en de museumdirecteur
Yuko Hasegawa zag ik in drie dagen 64 films. Dat lijkt veel - en het was ook wel veel - maar sommigen waren maar een paar minuten lang. Bovendien was het nog maar een selectie, want de voorselectie bestond uit zo’n 500 titels. Naar die vooraf afgevallen titels werd ik na verloop van tijd wel nieuwsgierig. Omdat de wel geselecteerden een toch wat eenzijdig beeld opriepen.
Want laat ik direct als een soort conclusie maar een gechargeerd beeld geven. De Japanse experimentele filmmaker is nauwelijk twintig. Hij (ja, er zijn ook een aantal vrouwen) is technisch zeer bedreven. En hij heeft naast zijn obsessie met zijn apparatuur vooral belangstelling voor zichzelf. Serieus is hij ook. Heel serieus soms.
Zoals dat gaat met reizigers in een andere tijdzone kijk je midden in de nacht naar willekeurig welke televisie-uitzending. Zo was ik getuige van het fraaiste staaltje emotie-tv dat ik sinds tijden had gezien toen het Japanse Olympische Curling vrouwenteam het had gewaagd de Canadezen te verslaan. Kleurigheid en eindeloos tranentrekken. Om er maar aan te herinneren hoe somber veel van de filmpjes overdag waren geweest en hoe verborgen daar de emoties waren.
Soms is dat natuurlijk ook beter. Bijvoorbeeld als bij prijswinnaar
My Prince van
Oguchi Yoko. Een winnaar die zich overrompelend aandiende met een sterke en eigenlijk eenvoudige film. En Oguchi is geen 21, maar 41 en een vrouw. De film leunt sterk op tekst, die als bij een zwijgende film op titelkaarten tussen de beelden is gemonteerd. Toen ik het geheim van de film nog eens rustig op tape terug wilde zien miste ik toch wel erg de vertaler die het verhaal in mijn oor fluisterde.
De kracht van
My Prince zit dus denk ik in dat verhaal dat op een ware gebeurtenis teruggaat. Iets met ontvoeringszaken. Minderjarige meisjes en sadistische meester (prins) - slachtoffer relaties. Een filmpje (van 15 minuten) dat naast zijn geschreven tekst volledig vertrouwt op de kracht van een steeds weerkerend beeld. Een vrouw staat roerloos aan het einde van een gang of een galerij van een flat. Soms is ze gekleed, maar meestal naakt. Eerder kwetsbaar dan aantrekkelijk. En aan het einde staat ze er niet meer. Simpel digitaal video gedraaid, met wat film in film situaties tussendoor. Toch origineel, effectief en broeierig. En het ging ergens over. Want dat was een andere vraag die bij mij opkwam zo rond filmpje 50. Zou de oorlog in Irak al zijn afgelopen? Komen die jonge Japanners hun kamertjes wel eens uit?
Wel naar buiten ging
Uchimura Shigeta met zijn 8 mm reisdagboek
Beppu Tamagawa. Een vergelijkbaar eerder filmpje Oshare 29/29 is op het web te zien. En als illustratie ook nog maar een technisch verfijnde architectuur observatie:
Slide002 van Hirata Takahiro.
Zelfs na het zien van slechts deze twee filmpjes zal het duidelijk zijn dat de Japanners hun experimentele traditie in ere houden en op niveau blijven beoefenen. Al is het dan binnenskamers.