door Gertjan Zuilhof
De legendarische experimentele filmmaker Ken Jacobs (onsterfelijk door uiterst inventieve, zogenaamde expanded cinema voorstellingen tijdens de hoogtijdagen van de New Yorkse underground in de jaren '60) woont toevallig vlak bij het voormalige World Trade Centre. Jacobs is altijd een alchemist van het celluloid en een her-uitvinder van de mechanica van de (pre)cinema geweest, maar de dramatische val van de torens deed hem naar de video-camera grijpen. En daarin was hij zoals we weten en uitentreuren gezien hebben, bepaald niet alleen. Toch zien we bij Jacobs in Circling Zero: We See Absence (een eerste deel van wat een trilogie moet worden) niet hetzelfde of we zien op zijn minst hetzelfde op een andere manier. Jacobs was niet thuis op het moment van de aanslag, maar zijn dochter Nisi en de videocamera wel. Vanaf het dakterras filmt ze de gewonde toren (waarvan de wond nog wonderlijk klein is en de andere toren onheilspellend gaaf) en alle buren lijken hetzelfde te doen. Dakterrassen vol mensen die hun camera gericht houden op een macabere schoonsteen. Jacobs monteerde het materiaal van zijn dochter in zijn eigen zeer persoonlijke verslag van zijn terugkeer naar huis in een dan verboden zone (illegaal langs de politie-barricades) in het voetspoor van zijn vrouw Flo die de katten te eten wil geven en zich door niets laat weerhouden.
Tussen alle verbijstering is de verbijstering over het herwonnen daglicht (ze woonden er al ver voor de torens werden gebouwd) nog het aardigst. Zon, blauwe hemel en invallend licht heeft de plaats van de grote tweeling ingenomen. De filmmaker verheugt zich er zelfs niet stiekem over. Voor het werken in zijn atelier (tevens woon- en slaap-kamer) had hij de meeste ramen en bovenlichten toch al met zwart plastic afgeplakt.
Jacobs gaat de straat op en zwerft als een tourist, een flaneur, door zijn eigen buurt. Opnieuw amateur, maar toch nog steeds 'cine-philosopher' (Jim Hoberman, Village Voice). Hij kijkt naar de onnoemelijke aantallen zelfgemaakte gedenktekens, geknutselde monumenten en luistert naar de goedbedoelde onzin in de discussies op straat. De film bevat slechts enkele sporen van Jacobs experimentele werk (bijvoorbeeld als hij de flicker-techniek gebruikt bij een portret van een bevriend kunstenaar op de Brooklynbridge), maar bevat des te meer bewijzen dat hij is gemaakt met een getraind oog. Een getraind oog dat als hetware zijn professionele bril afnam om de verwondering ruim baan te geven.
*
Samen met mijn directeur bezocht ik onlangs de oude meester. Een hol. Een grot. Een alchemistisch laboratorium met stapels geheimzinnige boeken, projectoren uit de steentijd en camera's uit de middeleeuwen. Jacobs gunt ons weinig tijd om te acclimatiseren, want hij steekt direct van wal met een fel en hoogst origineel politiek betoog met apocalyptische vergezichten. Een enkele tegenwerping doet hem uitroepen dat hij daar net een gedicht over heeft geschreven dat hij vervolgens (nee, niet van perkament, maar van zijn laptop) als een politiek pamflet voordraagt. Of je in deze tijd nog wel abstracte kunst kunt maken? Hij bewijst het even later als we ons door zijn magische schaduwmachines laten hypnotiseren.
Telefoon. De reactie van zijn vrouw snijdt door merg en been. Stan Brakhage is dood. Experimenteel filmgrootmeester en groot vriend.
Een huis van slagen en aanslagen. We lieten de Jacobs alleen met hun verdriet. Buiten bleek New York ook donker, leeg en winderig te kunnen zijn. En het was nog vroeg op de avond.
*
Om nog eens na te kijken hoe het Jacobs veertig jaar geleden verging las ik weer wat fragmenten in het immer inspirende en opbeurende Movie Journal van Jonas Mekas. Over legendes gesproken. Mijn oog bleef haken bij een zin die iedere pretentie van een nieuwe eerste column kan wegnemen.
'It's so easy to think that what I am doing is needed! Really, nothing is needed.
That includes this column'.
En om vooraf een andere indruk weg te nemen. Deze rubriek gaat niet alleen over oude legendes. Daarom een enkel woord over Esther Bell. Bell is een jonge filmmaakster en de drijvende kracht achter The Unamerican Film Festival. Een nomadisch festival zonder data en locatie. Een wisselend programma met korte politieke en satirische filmpjes dat zich als een luis nestelt in de pels van andere festivals of evenementen. Nog tamelijk onopgemerkt waren ze in Cannes, Tokyo, Berlijn en ik zag ze tijden het New York Underground Film Festival. Ze openden toen met een plagerig van de televisie gefilmd zwak moment van Busch tijdens een persconferentie die buiten de zaal nog niet eens was afgelopen. Het programma bevatte meer vluchtige videopamfletten, maar ook zinnige satire en bedachtzame kleine beeldessays. Bell vertelde me dat de doos met filmpjes waaruit ze haar programma's samenstelt zich de laatste tijd steeds sneller vult en de aanvragen voor een bezoek van het festival zich opstapelen. Ja, de doos van Bell komt ook naar Nederland.