Weblog Homefront USA 2, april 2003
door Gertjan Zuilhof
Amerika loopt op eieren. De meeste Amerikanen althans. De angst om voor anti-patriottisch te worden aangezien werkt verlammend. Bij velen althans. Bij Madonna bijvoorbeeld. Zelfs bij Madonna. Zij trok de video-clip van de titelsong van haar nieuwe cd American Life terug toen tijdens de oorlog tegen Irak het Amerikaanse patriottisme een nieuw hoogtepunt beleefde. Dat maakte natuurlijk nieuwsgierig naar wat er dan wel niet te zien zou zijn in dat muziekfilmpje (regisseerd door de Zweedse regisseur Jonas Akerlund). Na de oorlog hoefde er kennelijk niet meer zo geheimzinnig gedaan te worden, want de clip is inmiddels aan de openbaarheid prijs gegeven. Het is een volgestampt, bombastisch, maar toch ook ironisch filmpje dat koketteert met de modieuze camouflage-look en daar ook weer kritiek op lijkt te leveren. Mikpunt van spot is eigenlijk in de eerste plaats de zelfgenoegzame an decadente modewereld die legerkleding en de traditiole dracht uit landen als Afghanistan en Irak schaamteloos tot uitgangspunt van een nieuwe modelijn durven te nemen. Met alle denkbare visuele middelen laten Madonna en Akerlund zien hoe weinig smaakvol het is om in uniform over de catwalk te paraderen. Een geval van visuele overkill, maar zeker effectief. Aan het slot steekt een Bush-look-alike met een handgranaat-aansteker zijn sigaar aan. Als in een vooroorlogse politieke prent.
In de gekuiste versie zingt Madonna, nog steeds in fantasie-uniform, tegen de achtergrond van een bonte reeks grof gestikte internationale vlaggen. Daar kan inderdaad niemand meer aanstoot aan nemen.
Het is de oorlog (Afghanistan, Irak en wie volgt) die het klimaat bepaalt zou je zeggen, of de aanslag van 11 september (2001 alweer), maar binnen Amerika gelden de presidentsverkiezingen van 2000 als het meest traumatische moment (zeker voor diegenen die denken dat ze die verkiezingen niet verloren, maar dat de winst hen werd ontstolen). Zelfcensuur is de norm, maar niet allesoverheersend. Er zijn ook filmmakers als Richard R. Pérez en Joan Sekler die zich verontwaardigd vastbijten in het aangedane onrecht en hun hele hebben en houden op het spel zetten om het onrecht te openbaren. Hun Unprecedented: the 2000 Presidential Election is een vorm van uiterst koele en beheerste agit-prop. Geen slogans of verontwaardige commentaren, maar kille cijfers en gecontroleerde feiten. Pijnlijk vol van hoor en wederhoor. De film demonstreert hoe een democratie kan vastlopen in de politieke aansturing van de bureaucratie, een partijdige uitleg van de juridische spelregels en het op het juiste moment opzetten van een grote mond. Unprecedented is esthetisch gezien geen grootse film. In een verwoestend staccato tempo schieten formulieren, pratende hoofden en nieuwsbeelden voorbij alsof de film door een robot is gemonteerd. Maar het onthutsende effect blijft, of misschien wordt het zelfs wel versterkt door de droge anti-stijl, het totale afwezig zijn van opsmuk en gevoel voor ritme. Als kijker word je indringend tegen je vorhoofd getikt tot je niet anders kunt dan toegeven: ja, ik ben er met open ogen ingeluisd.
Iets vergelijkbaars gebeurt bij die andere filmmaker die zijn (grote) mond niet zal houden: Michael Moore. Het eerste hoofdstuk van zijn nu ook in het Nederlands verschenen boek Stupid White Men gaat ook over de verkiezingen van Unprecedented, die hij naar Zuid-Amerikaans voorbeeld een coup noemt.
Moore schreef zijn boek nog voor 11 september (in een amusant nieuw voorwoord valt te lezen hoe zijn boek aanvankelijk door de nieuwe zelfcensuur werd getroffen), waarmee wordt benadrukt hoezeer het huidige klimaat in Amerika al voor aanslagen en oorlogen ontstond.
Maar goed, Amerika is nog lang geen nieuwe D.D.R.. Vooral bij cultuuruitingen die niet veel geld kosten is nog veel zoniet meer mogelijk. Op internet bloeien de weblogs en wordt menig satirisch politiek filmpje heen en weer gestuurd. Mijn jongste dochter tipte mij het primitieve, maar toch geestige Saddam from Irak (www.liquidgeneration.com). Een vrolijke animatievideo met een passend dwaas liedje. Een filmpje van vlak voor de oorlog, maar nog steeds populairder dan het filmpje over de borsten van Britney Spears. Erg leuk is ook een geraffineerde montage waarin Blair en Bush samen een duetje zingen (http://politicalhumor.about.com). Veel van de politieke satire op internet heeft een vette puburale soort van humor, maar niet alles. Eerder genoemde Oscar-winnaar (en nu al legendarisch Oscar-redenaar) Moore is zeer actief op internet en een heel aardige verzamelsite (ook met filmpjes - kijk eens naar Striptease) is die van Idleworme. Het meest ontroerende vond ik in tijden van oorlog de site
www.nationalphilistine.com. Voordat de tanks door de straten van Bagdad rolden verschenen hier snapshots (huis- tuin- en keuken-foto's, kiekjes) van gewone inwoners van Bagdad. Vooral dat kleine jongetje dat trots zijn op een gelinieerd blaadje getekende bloesemboom aan de camera laat zien was van Kiarostami-achtig niveau. Waar is het huis van mijn vriend?