Weblog Homefront USA 3, juni 2003

door Gertjan Zuilhof

Een dag lang - dinsdag 20 mei om precies te zijn - was Todd McCarthy de meest besproken man van Cannes. McCarthy is geen ster en geen grote producent en om dan veelbesproken te zijn, al is het maar een dag, is een bijzondere prestatie. McCarthy is de belangrijkste criticus van het inderdaad belangrijke Variety, maar zelfs belangrijke critici van belangrijke vakbladen doen tijdens Cannes normaal gesproken tamelijk anoniem hun werk. Ze staan iets minder lang in de rij dan hun vakgenoten, maar uiteindelijk kijken ze dagelijks samen met duizenden anderen op het zelfde moment naar dezelfde films. McCarthy's Warholliaanse moment van roem werd vooral door enkele Franse collega's van glans voorzien. Zij gooiden olie op een vuurtje dat nog bleek na te smeulen sinds de strafexpeditie op Iraq.

Maar het is nog geen dinsdag. De langverwachte première van Lars Von Trier's Dogville laat nog enkele dagen op zich wachten. Eerst wordt nog de uiteindelijke winnaar van Cannes - maar, dat kon toen nog niemand vermoeden - Elephant van Gus Van Sant vertoond. McCarthy opent het jachtseizoen. Met zwaar geschut - Libération zal later van een 'bazooka' spreken - schiet hij de fijnzinnige en delicate olifant aan flarden. De toon is gezet. Wat die toon precies is zal pas enkele dagen later duidelijk worden, maar culturele rancune en politiek ressentiment lijken een rol te spelen. Volgens McCarthy (en de meeste critici) gaat Elephant over de inmiddels historische slachtpartij op Columbine High School in Littleton (ja, de schietpartij die Michael Moore aangreep om een onderhoudende film te maken over de wapengekte in Amerika). Maar in de film van Van Sant valt geen enkele verwijzing te vinden naar deze of een andere echt bestaande school waarna de stap nog maar klein is naar de interpretatie dat Van Sant niets minder dan alle schietpartijen op het oog had en geen in het bijzonder. Die abstractie werd (o.a. door McCarthy) niet gewaardeerd. Het zorgvuldige en sfeervolle ballet met de camera door een willekeurige (maar toch onbenoemd specifieke) high school, de mise-en-scène met zeldzaam naturel zichzelf spelende leerlingen en het even onverklaarbaar, maar onvermijdelijk losbarsten van het game-achtige geweld werd niet meebeleefd of nagevoeld. Van Sant kroop als het ware in de muren van het gebouw om de kilte van het leven het het kroost van een middenklasse te tonen die alles heeft behalve huiselijkheid. McCarthy eiste meer verklaringen. Sterker nog. Hij vond het onverantwoordelijk. Impliciet (of eigenlijk niet eens zo impliciet) stelt hij Van Sant medeverantwoordelijk voor een volgende schoolschietpartij. Alsof het Jackass is en er een bordje bij moet staan dat je dit niet thuis moet gaan naspelen.

Eindelijk dinsdagochtend. Het was dit jaar niet zo druk in Cannes - wellicht naweeën van de Golfoorlog II en uiteraard Sars - , maar bij de ochtendvoorstelling van Dogville was er voor gewone stervelingen (die èn op tijd waren, èn een geldige badge hadden, èn een plaatskaart met rang en stoelnummer hadden) geen doorkomen aan. Dit is hype. Een dag later, als de film beduidend minder hot is, kan de schade in een halflege zaal worden ingehaald. Goed. En wat vond McCarthy? Hij vond het een ideologische apocalyptische aanslag op Amerikaanse waarden en dit alles in een ondoorzichtige modderige esthetische vorm. Hij leek zich persoonlijk door Von Trier aangevallen te voelen en sloeg terug met weinig subtiele middelen. Opmerkelijkste (en ook door andere critici vaak herhaald argument) en feitelijk minst filmische punt van kritiek: hoe kan Von Trier nu een film over Amerika maken zonder daar ooit zelf te zijn geweest? Von Trier op zijn beurt blijft de mythe voeden. Want ook rond Dancer in the Dark was dit al een thema en Von Trier gaat stug niet naar Amerika en kondigt stug aan dat Dogville nog maar het eerste deel is van een trilogie over Amerika. Kijkend naar Dogville is de woede van McCarthy niet te begrijpen. Thematiek en vorm van de film staan zo ver af van de huidige Amerikaanse werkelijkheid en zo dicht bij modern-klassiek toneel (en een beetje bij gangsterfilms aan het slot) dat McCarthy's haat wel buitenfilmisch moet zijn. De Verenigde Staten van Amerika van Von Trier zijn eerder legendarisch - zo niet mytisch - dan werkelijk of naturalistisch. Zoals Shakespeare zijn stukken kon situeren aan een hof honderden jaren voor zijn tijd of tijdens de Romeinse oudheid zo plaatst Von Trier zijn vertelling over hebzucht en (seksueel)misbruik tijdens de Amerikaanse economische crisis van de jaren dertig als tijdens een soort morele middeleeuwen. Geen zinnige criticus neemt het Ridley Scott kwalijk dat Gladiator zo weinig met de Romeinse werkelijkheid heeft te maken en zo zou Dogville ook bekeken moeten worden als een parabel die zich afspeelt in een esthetische versie van het huidige wereldrijk.

Maar er lijkt een nieuw McCarthy-tijdperk aangebroken waarin net als in de jaren vijftig esthetiek en politiek tot elkaar zijn veroordeeld. Mocht Von Trier besluiten toch naar Amerika te gaan dan staat hij wellicht direct op een zwarte lijst en wacht hem een lot als de Hollywood Ten. Von Trier. Rugnummer elf.