Weblog Homefront USA 5, augustus 2003

door Gertjan Zuilhof

Amerikanen hebben iets met slachtvelden. Niet alleen die van grootschalige oorlogen met massavernietigingswapens, maar ook kleine locale slachtingen. Snelle spectaculaire erupties uiteraard (de basis van een niet onbelangrijk deel van de huidige cinema), maar ook langzaam sluipende slachtingen als die van de tabaksindustrie op de rest van de bevolking (vakkundig samengevat in The Insider (1999) van Michael Mann). De meest traumatische locale slachtingen zijn zonder twijfel de zinloos gewelddadige schietpartijen op high schools. Michael Moore's laconieke, maar ook wat vileine (je proeft het eigen-schuld-dikke-bult net iets te nadrukkelijk) en burleske documentaire Bowling for Columbine zal nog wel even de meest aansprekende verbeelding blijven al heb ik zelf meer met Gus Van Sant's Elephant. En nu is er ook de installatie Tropical Birds van Douglas Coupland. Coupland ja, van Generation X, maar ook van sprankelende boeken als Miss Wyoming (aan te bevelen als een van de aardigste romans over het huidige Hollywood) en All Families Are Psychotic (over huiselijke- en ruimtevaarts-waanzin). De installatie Tropical Birds hangt samen met Coupland's nieuwe boek Hey Nostradamus! (de middeleeuwse mysticus Nostradamus voorspelde, voor wie het er in lezen wil, alle slachtingen van onze tijd zoals de aanslag van 11 september 2001 op de Twin Towers). Hey Nostradamus! is geen film, nog niet, maar wellicht wordt dit voor Coupland licht a-typische boek wel zijn eerste verfilming. In ieder geval is de installatie een zeer concrete verbeelding van een schoolslachtpartij (een visuele en auditieve indruk van de installatie is te zien op de website van de schrijver en dan niet bij zijn art works, maar onder books bij Hey Nostradamus!).

Tropical Birds toont de chaotische aanblik van de kantine na de schietpartij. In zijn boek hield hij zich aan de ronde tafels die we uit de bewakingsopnamen bij Moore kennen, maar hier nam hij de vrijheid om de universele kantinetafels, stoelen, rugzakken en snelle etenswaren zorgvuldig tot een crime scene (maar feitelijke ook een filmset) te schikken. Het geluid is van onophoudelijk gebelde mobiele telefoons. De verschrikte ouders en de (in het gunstigste geval) gevluchte leerlingen blijven buiten beeld. De installatie kent tijd nog plaats (al blijft Columbine de meest evidente referentie). Voor zijn boek verplaatste Coupland de Columbine-achtige situatie naar een buitenwijk van Vancouver (waar hij zelf woont en opgroeide) zoals Van Sant wellicht niet toevallig naar zijn thuishaven Portland (Oregon) ging om de meest algemene en daardoor specifieke school te vinden. Kennelijk moet het onvoorstelbare eerst raken aan het meest vertrouwde voordat de verbeelding er zinnig grip op kan krijgen.

De essayistische, dagboekachtige documentaires van filmmaker Ross McElwee (spreek uit mekkelwie zonder Schotse nadruk op Mc) vertrekken altijd vanuit het vertrouwde, maar houden zich danook verre van het spectaculaire of onvoorstelbare. Hij vertelt op zeer persoonlijke wijze - al zijn films zijn feitelijk zelfportretten - en op een uiterst minutieuze manier, kleine geschiedenissen die in al hun kleinheid, fijnzinnigheid en zelfbetrokkenheid onverhoeds verhalen over wat iedereen kan raken. Die onverhoedsheid lijkt soms terloops en toevallig, of het de filmmaker zelf ook maar overkomt (maar dat lijkt maar zo, McElwee is een zeer intelligente filmmaker). Zijn nieuwste film Bright Leaves was in Cannes in de Quinzaine te zien, maar ik zag hem pas onlangs op tape (en hij zal pas in Rotterdam weer te zien zijn). In Bright Leaves keert McElwee terug naar de thuishaven van zijn familie in North Carolina. Een verre neef van hem, een fanatieke filmverzamelaar, wil hem een vondst laten zien. Hij heeft een kopie van Bright Leaf van Michael Curtiz (1950, met Gary Cooper) op de kop getikt en beweert dat het drama in de film, een grote tabaksverbouwer die zijn fortuin verliest aan een gewetenloze concurrent) gebaseerd is op het leven van hun beider overgrootvader. McElwee is gecharmeerd van dit idee en gaat in het vervolg van de film na hoe plausibel dit verhaal is. Al snel is hij op een ironische manier in tweestrijd. Als zijn overgrootvader nu eens niet zijn patenten had verloren in corrupte rechtzaken, dan was hij nu erfgenaam geweest van een onverstelbaar vermogen. Pakweg zoiets als de familie Bush. Aan de andere kant is McElwee een typische Amerikaanse liberal en behoorlijk politiek correct. En de tabaksindustrie in natuurlijk verre van correct. Op een bijna masochistische manier haalt hij familieleden en andere betrokkenen voor de camera die kanker hebben door het roken van tabak.

Ik heb me even afgevraagd of je van de film van McElwee kunt zeggen dat hij een reflectie is op het huidige culturele en politieke klimaat in de Verenigde Staten (want daar gaat deze rubriek over en het programma dat eruit moet volgen) of niet. McElwee werkt bijvoorbeeld zeer langzaam (hij is een van de laatste der Mohikanen onder de documentaristen die nog op film werkt) en is al vijf jaar geleden aan zijn film begonnen en onderweg heeft hij zich niets van verkiezingen, aanslagen en oorlogen aangetrokken. Aan de andere kant is het verzet tegen de smeulende slachting die de tabaksindustrie in zijn ongeremde expansie heeft aangericht niet zonder belang en actualiteit. Al helemaal niet als daar slim en innemend over wordt bericht.