Weblog Homefront USA 7, oktober 2003

door Gertjan Zuilhof

De meest intrigerende films zijn de films die je niet hebt gezien. Zo zou ik graag DC 9/11: Time of Crisis (regie ene Brian Trenchard-Smith) willen zien. Jim Hoberman schreef er prikkelend over in de Village Voice. Het is een docudrama met de huidige Amerikaanse president in de hoofdrol en hij schijnt onbeschaamd pro-Bush te zijn. Na alle kritische, satirische, militant-activistische en badinerende portretten van het huidige Amerikaanse cultuur-politieke klimaat die ik voor het Homefront programma heb gezien, leek mij zo'n heldenverering wel een verademing. De film is gemaakt in opdracht van Showtime Networks en in Amerika inmiddels uitgezonden (rond de laatste herdenking van de elfde van de negende). Showtime was niet over te halen om de film voor een festival af te staan. Zelfs een zichtcassette kon er niet af. Het festivalseizoen van de film zou al voorbij zijn (al draaide de film nooit op enig festival) en er kon dus geen dime marketingtime aan besteed worden.

Nu verwacht ik niet met DC 9/11 een grootse film mis te lopen (Showtime lijkt zich zelfs een beetje te schamen voor de film, al kan dat ook politiek zijn gekleurd), maar het gegeven is op zijn minst fascinerend. Zoals bekend uit de moderne legendevorming rond 11 september 2001 was de grote leider de uren na de aanslag spoorloos verdwenen. De grootste monden riepen dat de laffe hond met de staart tussen de benen in zijn hol was gekropen. Of op zijn minst ontvoerd was door zijn adviseurs. De trouwste aanhangers zagen hem hoogstpersoonlijk de Airforce One tussen de terroristische luchtdoelaketten laveren. Dat laatste is zeker niet gebeurd; daarom werd DC 9/11 gemaakt om het beeld van vermeende lafheid te vervangen door daadkracht en heldendom. Curieus. Ook curieus is dat voor de rol van Bush Timothy Bottoms werd uitgekozen. Bottoms lijkt inderdaad als een soort verborgen gehouden tweelingbroer op George W., maar benutte die eigenschap voornamelijk in satirische rollen (alsof je een Kopspijker-type inzet in een Balkenende-verkiezingsspot). Retrospectief worden daarmee de hylarische afleveringen van That's my Bush (van Trey Parker en Matt Stone, de scheppers van South Park) waarin Bottoms ook Bush speelt, de satirische tegenhangers van DC 9/11. That's my Bush dateert al van voor 11 september (en werd daarna schielijk in de ijskast gestopt) en is niet alleen een satire op Bush en zijn entourage, maar ook een vernuftige parodie op het fenomeen sitcom en de conventies van de Amerikaanse komische televisieproductie. Er komen dus geen nieuwe afleveringen bij, maar de oude worden nog regelmatig herhaald en hebben inmiddels een cult-status (inclusief fansites op internet). Ze zijn inmiddels denk ik ook veel leuker (omdat er meer met, om, voor en door Bush is gebeurd) dan ze drie jaar geleden konden zijn.

Timothy Bottoms was zonder zijn toevallige gelijkenis met Bush jr. als acteur wellicht geheel vergeten. Want wie weet nog dat hij in 1971 als eenentwintigjarige schitterde in maar liefst twee meesterwerken: Johnny got his Gun van Dalton Trumbo en The Last picture Show van Peter Bogdanovich? Al valt daar opmerkelijk genoeg nog een (bij)rol in een zeer recent meesterwerk aan toe te voegen: Elephant van Gus Van Sant. Ja, zeker opmerkelijk, want waarom zou Van Sant voor een van de weinige volwassen rollen in de film (de rest van de rollen worden gespeeld door weinig ervaren acteurs van highschool-leeftijd) een acteur casten die de laatste tijd alleen bekend is van Bush impersonaties? En waarom speelt hij uitgerekend een alcoholistische vader? Om te refereren aan de periode (die in Amerika veel minder vergeten is dan hier) dat GWB worstelde met de fles en vaker geen dan wel een rijbewijs mocht dragen? Wellicht zoek ik er nu te veel achter. Amerikaanse critici vonden het niet de moeite waard om het te vermelden en die zouden het toch als eerste moeten zijn opgevallen.

David Barker (filmmaker, distributeur en festivaldirecteur) maakte een slimme en komische korte film in de geest van de Witte-Huis-satire van Parker en Stone. Centraal staat niet Bush maar Nixon (of eigenlijk diens hond) al past de film ook perfect op de huidige situatie (zoals de maker volmondig toegaf). In Seven Days blijft het zicht op de president beperkt tot kniehoogte omdat het is gefilmd vanuit het perspectief van de Ierse Setter King Timahoe. Het is de eerste week van de nieuwe president in het fameuze ovale kantoor en hij heeft zich ten doel gesteld zijn nieuwe hond aanhankelijk te maken. Aanvankelijk met weinig success. De uit de hand lopende oorlog (toen Vietnam) en de dood van Eisenhower (zijn gote leermeester) lijken hem niet te raken, maar de terughoudendheid van de hond brengt hem bijna buiten zinnen. Barker slaagt erin om in tien minuten een volkomen absurde situatie te schetsen (met alle politieke implicaties van dien), waarbij hij in zijn benadering net zo omzichtig is als de schuwe hond. Wat zo'n ovaal kantoor toch allemaal moet meemaken.