Weblog Homefront USA 9, januari 2004

Door Gertjan Zuilhof

Er is het nodige gemaakt aan wat ik maar homefront-films ben gaan noemen. Gekke brutale politieke animaties. Veelal exclu­sief voor het web gemaakt. En op dat web veel al of niet bewegende weblogs en meer of minder uitvoerige min of meer militante websites. Geagiteerde korte en ook wat lange docu­mentaires die hun weg zoeken via festivals, kleine kabel­stati­ons of zelfs huis­kamerbijeenkomsten (politieke tupperwa­re!). Maar niet zoveel speelfilms. En als je wat strenger bent, strikt kijkt naar verwijzingen naar de 'gebeurtenissen' (WTC, Afganistan, Irak en Guantanamo), dan zijn er eigenlijk heel weinig speelfilms gemaakt. Ja, de speelfilm is een log medium met veel stadia en schijven, maar 11 september was in 2001. Toch bijna tweeeneenhalf jaar geleden. Maar goed. Ze zijn er wel en ze zijn bovendien de moeite van het bekijken waard.

Aan Exist (met als niet overbodige ondertitel 'not a protest film') van Esther Bell is het af te zien dat hij met weinig middelen en met niet al te veel tijd is gemaakt. Hij oogt zo nu en dan rauw en spontaan als een oorlogsdocumentaire. Niet dat er veel geweld in voorkomt trouwens en zeker niet dat dit spectacu­lair in beeld is gebracht. Exist is soms zelfs een vrij huiselijke film alleen is het huishouden wat merkwaardig. Het verhaal begint in een kraakpand in Philadelphia dat wordt bewoond door een aantal jonge bevlogen politieke activisten. Ze hebben van het actievoeren (tegen bijvoorbeeld de globali­seringsactiviteiten van de Wereldbank) hun levensdoel gemaakt. Maar de filmmaak­ster lijkt daar maar half in te geloven. Ze kijkt met onverho­len ironie naar de onderlinge omgang van de jonge idealisten. Liefdesproblemen en het (niet) verdelen van huishoudelijk taken geven bij de wereldverbeteraars evenveel aanleiding tot erger­nis als bij meer pragmatische mensen. Een van de hoofdpersonen verdwijnt vlak na een politie-inval met een ongelukkig geweldsincident. Een zoektocht naar de verdwe­nen jongen en het onthullen van zijn persoonlijke achtergron­den verdiepen de film van een curieus kijkje in de actiekeuken naar een gevoelig menselijk verhaal. Bell draaide de film aan de hand van een basisscript dat door improvisaties steeds werd veranderd. De acteurs hebben vaak meer ervaring als politieke activist dan als filmacteur. Het geeft de film het benodigde ongepolijste voorkomen en het gewenste authentieke effect. Zo draaide ze met haar actie-acteurs (die ze zelf 'actorvists' noemt) ook op straat tijdens echte demonstraties en werd alles op authentieke lokaties opgenomen.

Op het eerste gezicht is The Time We Killed van Jennifer Reeves (die helaas aan de neus van Rotterdan voorbijging en in Berlijn draait/draaide) een heel andere film dan Exist. Reeves is een filmmaak­ster/­kunstenares met een experimentele achter­grond en dat is aan de film (en zijn thematiek) af te zien. Het is een melancholieke film. In zwart/wit. Gedraaid op 16 mm (zo lijkt het althans, ik zag de film alleen op video), met veel herin­neringsachtige scenes op 8mm. Het verhaal lijkt weinig specta­culair. Een depressieve schrijfster sluit zich meer en meer op in haar kamer. Ze luistert door haar dunne muren naar de hysterische buren. Kijkt naar de vogels die buiten op oude antennes uitrusten. Ziet de seizoenen door haar raam veran­de­ren. Schrijft een enkele keer een enkele regel op een oude schrijfmachine (het is toch 2002 of 2003 zoals een tekst aangeeft) en geeft zich vooral over aan intrigerend gefilmde herinneringen (waarin bijna een eerbetoon aan de experimentele filmtraditie, met de nadruk op celluloid, valt te lezen). Maar de buitenwereld bestaat uit meer dan spreeuwen voor het raam. Bush roept om oorlog op televisie. De schrijf­ster waagt zich een enkele keer naar buiten. Kijken wat er met haar stad is gebeurd na 11 september. Vervolgens trekt ze zich verder terug in zichzelf. Bombardementen op televisie (alles nog steeds in zwart/wit en in dit geval in vreemd mooi zwart/­wit) en meer Bush. The Time We Killed is bepaald geen politieke film te noemen. Het gaat in de eerste plaats om Robin (de depressieve schrijf­ster) en haar gevoelens en herinneringen. Haar verloren (bi­seksuele) lief­des met meisjes en jongens, haar jeugd, haar suïcidale neigingen en haar sprong van een brug. Maar de afwezigheid van een buitenwereld, van enig sociaal leven, maakt dat het binnendringen van de grote wereldgebeurtenissen (als de 'Shock and Awe' op Bagdad) via de televisie extra lading krijgen. Na zoveel niets en zwarts staat ineens de wereld in brand, waardoor de depressie van Robin toch ook de depressie van onze tijd wordt.

De films van Bell en Reeves bewegen zich als het ware in tegengestelde richtingen. Bell trekt van een bruisende, hyper-sociale activistische buitenwereld naar binnen om toch uit te komen bij de gevoelens en herinneringen van een enkele per­soon. En bij Reeves is de beweging dus andersom. Van de zwart­gallige introspectie van haar treurige schrijfster komt ze uit bij de politiek/militaire buitenwereld die zo weinig plaats kent voor de ditjes en datjes van het individu.