Weblog S.E.A. Eyes, december 2004
Weblog S.E.A. Eyes, december 2004
foto: still uit Birthday (Sheng ri) van Bertrand Lee (Singapore, 2004)
door Gertjan Zuilhof
Toen de jonge Singaporese filmmaker Bertrand Lee (geboren 1980) in 2004 met zijn korte film Birthday (Sheng ri) in Venetië aankwam, bleek hij de enige Aziatische filmmaker met een korte film in het festival te zijn. Zijn verbazing kende geen grenzen. Waar waren de in zijn thuisstad opzienbarende en geruchtmakende filmmakers? De veelbesproken regisseurs die prijzen wonnen of waarvan de films heftig werden verknipt door de censuur of helemaal verboden werden?
Lee had zijn kleine en intieme speelfilm gemaakt met wat vrienden die hij nog van de filmschool kende. Dat is feitelijk niets bijzonders. Dat gebeurt overal ter wereld op een vrijwel gelijke manier. Hij draaide de film op restmateriaal dat overbleef van het maken van commercials. Dit tekent wel enigszins zijn ambitie. Nagenoeg alle no-budget films (binnen en buiten Azië) worden op digitale video vastgelegd en met behulp van vergelijkbare software (als final cut pro) gemonteerd. Lee draaide op film en dat zou hem wel eens in Venetië kunnen hebben gebracht. Maar ook de film zelf en niet alleen de drager is echt cinema.
In een half uur roept Lee eigenlijk de sfeer van een volwaardige speelfilm op. Een dag uit het leven van de jonge Feng, zijn vrouw May en hun kleine zoontje. Een breekbaar tienerhuwelijk dat op bezwijken staat op de dag dat Feng zijn baan verliest (omdat hij zijn baas als een brutale puber te woord staat) en het vieren van de verjaardag van zijn zoontje het gezinsbudget eigenlijk te boven gaat. Heel goed door heel jonge acteurs gespeeld en heel sfeervol met veel oog voor dagelijkse details vastgelegd. Het filmpje heeft een wat ik voor het gemak maar Taiwanese kwaliteit noem.
De Taiwanese meesters Hou Hsiao-hsien, Edward Yang en Tsai Ming-liang hebben school gemaakt. Overal in Azië (en ook daarbuiten) is hun invloed terug te zien. Hun invloed op een jongere generatie filmmakers is immens. Zeker ook in Zuidoost-Azië en dus ook in Singapore. Lee had voor Venetië zijn filmpje ook bij het festival van Singapore aangemeld. Een binnen Azië zeer gereputeerd festival. Daar werd hij afgewezen. En misschien had hij de moed wel opgegeven als hij niet door Venetië was uitverkoren. Nu denkt Lee - en hij schrijft het ook in het webmagazine S.E.A. Images - dat Singapore het volledig bij het verkeerde eind had. Het lijkt makkelijk om met hem mee te denken. Toen ik de film voor het eerst zag dacht ik ook: dit is wat ik voor mijn programma zoek. Veel beter vind je ze niet.
Maar Lee is niet de enige jonge Zuidoost-Aziatische filmmaker die korte films van Taiwanese kwaliteit maakt. In Kuala Lumpur zag ik er zelfs een aantal waar Lee nog iets van kan leren. Ik denk niet dat hij het erg vindt dat ik dit schrijf. Hij lijkt me een leergierig iemand. Ik noemde eerder al eens Love For Dogs van Woo Ming Jin die een fraai onderkoeld absurdisme in zijn trage realisme weeft. Heel fijnzinnig en doordacht is A Tree In Tanjung Malim van Tan Chui Mui. De film heeft nauwelijks de aanzet van een verhaal. Een jonge vrouw - een meisje nog - slentert samen met een man - al een tijdje geen jongen meer - 's nachts over straat. De stemming is eerder landerig dan erotisch. De dialogen eerder verveelt dan poëtisch. Toch sluipt er iets contemplatiefs in het gedrentel en geneuzel. De man wordt gespeeld door een lokale popmuzikant (Pete Teo) en ook als je dat niet weet houdt zijn intrigerende persoonlijkheid het bewust summiere verhaal bijelkaar.
Gelukkig zijn er meer van dit soort films. Ik denk aan het Thaise Bus Stop van Tosaporn Mongkol of het Indonesische Broken (Patah) van Salman Aristo. Dus misschien hebben ze in Singapore wel gedacht: daar heb je weer zo'n namaak-Taiwanees. Misschien is het voor ons op een afstand dan makkelijker om te zien dat het in de eerste plaats om een fraaie Singaporees gaat.
Lee zelf zocht het probleem elders. Zijn film had geen problemen met de censuur en volgens hem is dat een voorwaarde om artistieke erkenning te krijgen. Een aantal spraakmakende filmmakers uit Singapore negeerde alle grenzen en beperkingen en maakte films die veel stof deden opwaaien. 15 van Roystan Tan is een van de bekendste en zijn confrontatie met de censuur is niet minder dan legendarisch. Het leverde hem genoeg stof op voor het maken van Cut, een heel geestige en satirische korte film over censuur en cinefilie. Zombie Dogs van Toh Hai Leong is ook een film die de grenzen van het in Singapore mogelijke extreem overschrijdt en zo bewust voor de underground kiest. Een absurde, maar ook slimme fake documentaire over een regisseur (gespeeld door de regisseur die ook filmcriticus is) die acteurs cast voor een snuff movie.
Lee heeft laten zien dat hij de voor hem juiste weg is ingeslagen en het is niet moeilijk om te voorspellen dat hij een volgende keer wel voor Singapore wordt geselecteerd. Ook zal hij aan het idee moeten wennen dat er meerdere wijzen van Singaporees filmen zijn en dat de wijze van de zombieregisseurs er onmiskenbaar ook een is.