foto:
Pugot (Headless) van Khavn De La Cruz (Filipijnen, 2002)
door Gertjan Zuilhof
Ik moet ergens beginnen. Zuidoost Azië is een groot en zeer divers deel van de wereld. Op het terrein van de cinema is er misschien meer verschil dan samenhang. Er zijn in die grote archipel misschien meer witte vlekken dan ingevulde en omschreven activiteiten. Een archipel die hier niet alleen een geografisch, maar ook een cultureel begrip is.
Zo kan het dat een aantal cineasten in Bangkok beter weten wat een aantal toonaangevende galleriën in New York aan nieuwe videokunst brengen dan dat ze het werk van colega's in Kuala Lumpur of Manila volgen. Iets wat natuurlijk weer samenhangt met een andere archipel; die van de digitaliteit.
Daarom begin ik zomaar ergens. Bij een bijzondere en zeer uitgesproken cineast die ergens in deze vierde wereld, tussen derde wereldlocatie en eerste wereld digitale cultuur, origineel en energiek aan een opmerkelijk en eigenzinnig oeuvre aan het bouwen is. Hij heet
Khavn De La Cruz. Khavn spreek je uit als Kavin. Hij is een Philippijn en woont en werkt in Quezon City bij Manila. De La Cruz is een snelle werker. Voor iemand van net dertig heeft hij een imposante filmografie van meerdere lange videofilms en tientallen korte. Ik zag zijn werk recentelijk voor het eerst toen hij om steun vroeg bij het Hubert Bals Fonds.
Tussen alle uitgewogen speelfilmvoorstellen uit alle delen van de wereld was zijn project een vreemde eend in de bijt. De opzet voor het scenario bevatte een aantal woeste schetsen uit het leven van een absurdistische en extreem disfunctionerende familie. De titel
The Family that Eats Soil blijkt niet alleen een metafoor te zijn. De arme en zich prostituerende familie eet letterlijk gebakken en gestoomde aarde om de hongerige magen te vullen.
Met de beeldentaal van de splatter-horror-gore en sex film wil De La Cruz een verhaal vertellen dat een evidente maatschappelijke aanklacht bevat, maar dat in zijn vormgeving tot een ander universum dan dat van de politieke film behoort.
Eerdere films van De La Cruz die ik inmiddels zag, als
Greaseman,
Amen en
Barong Brothers, maken duidelijk dat hij zijn eigen plaats verdient in het internationale vreemdelingenlegioen van experimentele extremisten en cultfilmers als de Japanner
Takashi Miike, de Duitser
Jörg Buttgereit en onze 'eigen'
Aryan Kaganof/voorheen Ian Kerkhof.
Onder de extreme beelden van De La Cruz ligt soms een sterke eenvoud. Neem zijn korte film
Pugot/Headless. Verscholen achter zijn camera voert een kunstenaar een half verveeld, half ruziënd gesprek met zijn vriendin. Of ze niet ook naakt model kan staan voor een vriend van hem. Ze voelt er niets voor, maar hij blijft emmeren en doorzeuren. De beelden van het gesprek worden doorsneden met opnamen van een langharige man die met een hevig bebloede broek door de straten van Manila loopt. Het lijkt een soort performance maar het publiek op straat reageert nauwelijks. Durft nauwelijks te reageren? De langharige man wordt gespeeld door de cineast
Lav Diaz. Diaz wordt met reden gezien als de meest belovende onafhankelijke cineast van de Philippijnen. Niet extreem als De La Cruz, maar kennelijk schrok hij voor deze vriendendienst niet terug. De bloedende man blijkt zijn penis te hebben afgesneden, wat de parallelmontage met het kibbelende koppel in een navrant licht zet.
Pugot is maar één voorbeeld van de vele digitale films waarin De La Cruz de grenzen van morele en filmische mogelijkheden verkent. Hij speelt met alle denkbare vormen van de zwijgende film tot het melodrama en de experimentele traditie. En of dat alles nog niet genoeg is maakt hij als muzikant vaak zelf de muziek voor zijn films, runde hij als uitbater een kunstenaars- en web-cafe en is zijn
digitale filmfestival Mov aan zijn tweede editie toe. Als er in Manila geen experimenteel filmklimaat was, dan is dat er nu zeker in de persoon van
Khavn De La Cruz.
Iets anders. Er is alle reden om nog eens terug te komen op het fenomeen
Apichatpong - Joe - Weerasethakul. Ook dit jaar liet de jonge Thaise meester de filmwereld in Cannes in verwarde ergernis of vol even verwarde bewondering achter. De lijstjes met beste films werden bepaald niet door hem aangevoerd, maar dat hij een prijs kreeg van de jury werd toch ook weer zonder morren voor kennisgeving aangenomen.
Tropical Malady is een wonderlijke film waarover wonderlijke verhalen de omloop deden. Het lijkt erop dat Weerasethakul als Apichatpong iets bijzonders heeft aangeraakt op het terrein van Thaise zinnelijkheid en junglelegenden en als Joe de juiste avant garde fijnzinnigheid heeft ingebracht om zijn visioen vorm te geven.
Jim Hoberman sprak in
The Village Voice van 'avant pop' om de geraffineerde mix van experiment en melodrama een etiket te geven. A.O. Scott beloofde in
The New York Times nog een mogelijke toegift voor de dvd uitgave. Een oorspronkelijk gefilmde en kostbare uitvoerige seksscène tussen een man en een tijger zou in de montage gesneuveld zijn. Dat is nog eens wat anders dan de sprekende aap die ook al zo'n opzien baarde.