Weblog S.E.A. Eyes, november 2004

SANCTUARY van Ho Yuhang (Maleisie, 2004)


(foto: Sanctuary van Ho Yuhang (Maleisië, 2004)



door Gertjan Zuilhof



Ho Yuhang is een jonge Maleise filmmaker. Hij heeft nog geen naam gemaakt, maar dat zal snel veranderen. Hij heeft talent en beweegt zich met speels gemak in internationale kringen. Een kleine, vrolijke, slimme en praatgrage man/jongen die opmerkelijk genoeg droevige, langzame en verstilde films maakt. Ik zag zijn eerste lange speelfilm Min (2003) bij zijn aanvraag om financiële steun voor een derde speelfilm bij het Hubert Bals Fonds.

Min is een fraaie en gevoelige kleine film over een etnisch Chinees meisje dat opgroeide in een Maleis gezin. Als Maleis meisje. Als jonge vrouw wil ze op een gegeven moment toch weten waar ze vandaan komt. Wie haar moeder was. Waarom die haar afstond. En Ho volgt haar en observeert haar met veel respect en mededogen.

Direct is al geschreven dat Ho goed heeft gekeken naar Hou Hsiao-hsien en Tsai Ming-liang. Nog net werd niet geschreven dat hij ze slaafs navolgt en dat zal komen omdat zijn film onmiskenbaar een eigen sfeer heeft. In zijn verstilling is die toch luchtiger dan de meer vermoeide Hou (sublieme vermoeidheid, begrijp me niet verkeerd) en in zijn realisme toch alledaagser is dan de meer absurdistische Tsai (ja, subliem absurdisme).

Niet lang na de positieve beoordeling van zijn aanvraag ontmoette ik de blijmoedige Ho in Manila. Hij keek een tijdje over mijn schouder mee terwijl ik in de videotheek naar de nieuwste film van zijn gereputeerde landgenoot U-wei bin Hadji Saari zat te kijken. Achteloos wees hij me op de dingen die ik als niet-Maleisiër en niet-moslim wellicht zou kunnen missen. En hij sprak met veel respect over een filmmaker die toch een heel andere achtergrond had, een heel andere stijl prefereerde en van een andere generatie was. Hij maakte ook propaganda voor jonge korte filmmakers in Kuala Lumpur en beloofde me hun werk te laten zien. Dat gaat binnenkort gebeuren en daar hoop ik dan nog op terug te komen.

Maar eerst kwam ik Ho nog weer tegen in Vancouver. Vancouver heeft dankzij de vermaarde Tony Rayns de meest boeiende en meest uitvoerige Aziatische sectie van alle internationale filmfestivals (inclusief die in Azië zelf) en een navenante hoeveelheid Aziatische gasten. Ho kwam met Min, maar - nog te nieuw en te vers voor het programma van Vancouver - hij had op tape zijn nieuwste werk bij zich. Zijn tweede lange speelfilm Sanctuary bleek mijn verwachtingen te overtreffen. Weer kun je zeggen Hou en Tsai, maar je kunt ook zeggen dat hij zijn leermeesters evenaart.

Sanctuary is een zeer realistische en zeer sfeervolle vertelling van een tragische familieverhaal dat lang niet prijsgeeft dat het om een familieverhaal gaat. Lang blijven het intrigerende parallelle verhalen over een gokkende jonge pool-speler, een meisje en een oude man die zich zorvuldig en vol toewijding bekommert om zijn stervende vrouw. Op het moment dat je ontdekt dat het meisje een zusje is heeft het sluipende verhaal je allang in zijn greep. Sanctuary is inmiddels in Pusan (Korea) in première gegaan en zal zonder twijfel menig festival aandoen.

Van het maken van films als Sanctuary kun je niet leven. Nergens eigenlijk, maar zeker niet in Maleisië. Ho's films zijn kunstfilms en kunstfilmsubsidies bestaan daar niet. Meer economische ondersteuningen wel, maar dan moet de film echt Maleis zijn en niet Chinees gesproken (Ho behoort tot de aanzienlijk Chinese minderheid en filmt graag in zijn eigen taal).
Om de schoorsteen te laten roken leverde Ho een bijdrage aan de omnibusfilm Visits: Hungry Ghost Anthology. Een vierluik met bijdragen van vier verschillende opkomende Maleise regisseurs. Het initiatief werd genomen door de producente Lina Tan. Ze wilde een zuiver digitale film die vertoond kon worden bij de opening van een nieuwe bioscoop met digitale projectie en ze wilde inhaken op het populaire Chinese festival van de hongerige geesten. De maand waarin volgens oud geloof de geesten even vrijaf krijgen uit het vagevuur en zich onder de stervelingen mengen. Tan vroeg naast Ho nog drie uitgesproken artistieke regisseurs (James Lee, Low Ngai Yuen en Ng Tian Hann) en alle vier blijken ze er een eer in te hebben gelegd om hun eigen stijl te handhaven. Geen bloedstollende horror, maar eerder psychologische geheimzinnigheid.

Ook van een hybriede artistiek-commerciële film kun je niet lang de huur betalen. Toen we afscheid namen in Vancouver zei Ho dat hij eerst een commercial ging draaien. Dat doen wel meer filmmakers dus ik keek daar niet vanop. Tot ik later een artikel uit de Engelstalige Maleise krant 'The Star' las waaruit bleek dat Ho de Boudewijn Büch (Lassie Toverrijst) of de Jan Mulder (De Postbank Hypotheektest) van Maleisië is. Als de koddige Ah Beng steelt hij de harten van de kopers. Je moet als serieuze filmmaker in het opkomende, maar zeer zakelijke Azië wel van heel veel markten thuis zijn.