Weblog S.E.A. Eyes, oktober 2004

Beautiful Washing Machine van James Lee (Maleisië, 2004)

foto: The Beautiful Washing Machine van James Lee (Maleisië, 2004)


door Gertjan Zuilhof


Het besef dat er in Zuidoost-Azië mogelijk iets bijzonders gaande was kwam bij mij vorig jaar na het zien van wat korte films van James Lee. Lee is een jonge cineast uit Kuala Lupur, Maleisië. Typerend voor de filmsituatie in Zuidoost-Azië lijkt dat Lee nu al wordt gezien als de nestor van een beweging. Een meester en aanvoerder. Hij is van 1973. Net eenendertig. Hij filmt vooralsnog in een onvoorstelbaar tempo.

Tijdens ons laatste festival draaiden we zijn opmerkelijke speelfilm Room to Let en inmiddels is zijn nieuwste film, Beautiful Washing Machine, alweer geselecteerd voor het komende festival. Daarnaast produceert hij ook films, bijvoorbeeld de nieuwste film van het jonge talent Ho Yuhang. Ho trok met zijn eerste film Min de nodige aandacht en naar zijn tweede film Sanctuary, straks in competitie in Pusan (Korea), wordt verwachtingsvol uitgekeken. Zeker ook door Rotterdam. Ho's derde speelfilmproject krijgt steun van het Hubert Bals Fonds van het International Film Festival Rotterdam. Lee houdt het tempo erin. Ook bij zijn leerlingen.

Dat tempo is aan zijn films af te zien. In bijna alle besprekingen van zijn werk wordt de vergelijking gemaakt met de stijl van Tsai Ming-liang. Een soms verstilde sfeer. Lange zorgvuldig gekadreerde opnamen. Verhalen die in al hun realisme soms beslopen worden door het ongerijmde. Bij Tsai is dat allemaal tot op de milimeter afgepast. Daar heeft Lee geen tijd voor en dat bedoel ik hier niet als kritiek. Want de
nonchalance van Lee levert ook winstpunten op.

Zoals dat het geval is met Room to Let. Lee ontdekte op een dag een oude vervallen villa in het hartje van het zakencentrum van Kuala Lumpur. Het huis werd bewoond door een allegaartje aan huurders en Lee besloot in het huis en deels met zijn bewoners een film te draaien. Hij herschreef een oud script en ging direct aan de slag voordat het huis zou worden gesloopt. Het digitale filmen heeft ook Maleisië aangeraakt en daardoor kon hij snel en geïmproviseerd een film draaien die hoogst realistisch is, maar toch vol van vreemde geesten.

Lee's werkwijze is bijzonder omdat het lef en vlotheid combineert met een soort bedachtzaam absurdisme. Rare situaties worden daardoor niet zozeer lachwekkend alswel melancholisch. Dat blijkt vooral in zijn laatste film Beautiful Washing Machine. De wasmaschine speelt de hoofdrol. Een oude machine met nukken en grillen en wellicht een eigen leven. Lee blijft rustig kijken hoe nieuwe eigenaren zich onderwerpen aan de gewoonste aller machines. Een gek idee van het soort waar de meeste filmmakers nog geen korte film mee volkrijgen, maar Lee's onverstoorbaarheid brengt hem prachtig tot het einde van zijn beste film tot nu toe.

Er is nog een meester in Kuala Lumpur. Het is U-Wei bin Hadji Saari. Een andere filmmaker met een andere achtergrond. Lee behoort tot de aanzienlijke Chinese minderheid in Maleisië en U-Wei tot de overwegend Islamitische autochtone bevolking. Lee's verhalen zijn uitgesproken cosmopolitisch terwijl U-Wei zich sterk bewust is van de locale tradities. U-Wei is ook iets ouder (hij wordt dit jaar vijftig) en heeft een zestal voldragen speelfilms op zijn naam staan. Daarnaast zeker twintig televisiefilms, maar daar lijkt geen archief zich om bekommerd te hebben. En hij schijnt ook theater te maken. Ook al een filmmaker die niet stil zit.

Ik zag zijn laatste film Swing My Swing High, My Darling. Een Maleise versie van The Postman Always Rings Twice. Volgens criticus Philip Cheah (Singapore) zou de film het alleen op Aziatische festivals goed doen omdat Westerse kenners de film niet kunnen waarderen. Er zouden teveel Aziatische en Islamitische gevoeligheden in de film schuil gaan.

Wellicht heb ik het een en ander gemist, maar ik zag een prachtige film met een zinderende onderhuidse spanning. Erotisch als in het oude Hollywood toen alles nog buiten beeld moest worden verteld. Ik zag ook een oudere film van U-Wei, The Arsonist die in 1995 in de Quinzaine des Realisateurs in Cannes te zien was, en nu heb ik nog maar één wens: die andere films van U-Wei zien.

Toen ik de eerste films van Lee zag dacht ik dat er vast meer moest zijn in Maleisië. Een filmmaker werkt tenslotte niet in het luchtledige. U-Wei heeft Lee niet nodig, maar Ho Huyang is een filmmaker die we aan Lee danken en in de gaten moeten houden. En er schijnen veel korte films gemaakt te worden. Ik zag al een hele fraaie: Love for Dogs van Woo Ming Jin. Een rustige realistische film over een handelsreiziger in namaakmedicijnen die door een doofstom meisje en gebeurtenissen uit zijn verleden van zijn gebruikelijke pad wordt gehaald. Echt veelbelovend.

Of de verwachtingen en beloftes ook kunnen worden ingelost zal na verdere research en een bezoek aan Kuala Lumpur moeten blijken. Iets om naar uit te kijken en hopelijks iets om op terug te komen.