foto:
Birdman Tale van Garin Nugroho (Indonesie, 2001)
door Gertjan Zuilhof
Dit wordt een boekbespreking. Soort van. Het boek is niet briljant, maar toch aanbevelenswaarig. Het is meer een bundel dan een boek en misschien moet je het feitelijk een reader noemen. Een handzame, maar ongepolijste, verzameling van disparate teksten.
Het gaat om
And the Moon Dances: The Films of Garin. Het is gemaakt door een collectief onder aanvoering van
Philip Cheah die behalve redacteur van het muziektijdschrift BigO ook de gezaghebbende directeur van het filmfestival van Singapore is. Garin is
Garin Nugroho, de man die de moderne cinema naar Indonesië bracht en direct een geheel eigen stijl van Indonesisch modernisme ontwikkelde.
Het boek neigt naar de hagiografie. Ik merk meteen maar op dat het mede is uitgegeven door SET Film Workshop, de produktiemaatschappij van Nugroho zelf. Daar staat tegenover dat de meeste bijdragen journalistieke en academische teksten zijn die niet speciaal voor deze bundel zijn geschreven en ook niet bedoeld zijn om de charismatische filmmaker te behagen. De meeste verhalen lezen ook niet echt soepel, maar bijelkaar geven ze wel veel inzicht in het filmmaken in Indonesië in de laatste twee decennia. En eigenlijk ook veel zicht op de hele cultuurpolitiek van dit gigantische eilandenrijk. Het is zo'n boek waar je zelf je weg in moet zoeken.
Als je bijvoorbeeld simpelweg zou willen weten wanneer die Nugroho nu geboren is (1961) dan moet je naar pagina 231, één van de laatste tekstpagina's van het boek. Op diezelfde pagina duikt opeens een filmtitel op:
My Film, My Nation and My Family die in essayvorm persoonlijk commentaar op zijn werk zou bevatten. In de filmografie is deze film, die voor een biografie toch niet onbelangrijk lijkt, niet terug te vinden. En zo is er meer. Bijvoorbeeld dat het boek nu in uitelkaargevallen losse blaadjes naast me licht en ik er toch echt voorzichting mee ben geweest. Ik kreeg het persoonlijk uit Indonesië bezorgd op instigatie van de grote man zelf. Maar goed. Tot zover de kleine voorbehouden.
Het belang van Garin Nugroho voor de cinema van Indonesië en eigenlijk voor die van heel Zuidoost Azië valt moeilijk te overschatten. Neem zijn meest recente speelfilm
Birdman Tale (Aku Ingin Menciummu Sekali Saja) waarin eigenlijk alle thematische en stilistische kenmerken van het werk van Nugroho voorkomen.
Om met dat stilistische te beginnen. Nugroho stoort zich niet aan de gebruikelijke dramatische logica en houdt zich al helemaal niet aan de afspraak dat een stijl realistisch is of fantastisch, maar niet iets van allebei. Zijn films brengen je er toe merkwaardige combinaties te schrijven als surrealistische documentaire of authentieke droomverbeeldingen. In die documentaire dromen spelen amateurs en professionals zij aan zij in hun eigen drama's.
Hierbij komt één van de bijzondere talenten van Nugroho tersprake. Hij heeft een bijzondere gave om niet-professionals en kinderen te regisseren. Het is één ding om te zeggen dat het gebruiken van oorspronkelijke Sumba strijders (in
Letter to an Angel) of stelende en snuivende straatschoffies (in
Leaf on a Pillow) een film authentiek maakt, maar een ander ding om dat ook overtuigend op het doek te brengen.
Bird-Man Tale behandelt de politieke en religieuze problematiek van de onderdrukte Papua's. Legendes worden daarin naar het hier en nu verplaatst en de fantasie wordt concreet gemaakt. Een politiek pamflet in de vorm van een sprookje. Of andersom.
Nugroho is een zeer veelzijdig cineast. En ook nog afgestudeerd jurist. Voor iemand die veel documentaires maakte (en de helft ook weer zoek maakte) gebruikt hij opmerkelijk veel invloeden uit andere kunstdisciplines. In de gevangenisfilm
Poet veel literatuur, theater en muziek en in
And the Moon Dances uiteraard de traditionele dans.
Kenmerkend aan Nugroho's stijl is denk ik dat hij nergens een poging doet zijn bronnen of invloeden te verbloemen. Traditionele rituelen, moderne poëzie, documentaire straatbeelden, het krijgt allemaal met evenveel respect zijn eigen plaats. Een ontkenning van eenheid die paradoxaal genoeg een grote eigenheid oplevert. Ja en dan een woord dat in het boek slechts terloops voorkomt: melancholie. De films van Nugroho hebben een speciale weemoed in hun ondertoon die maakt dat ze nog lang na het zien beklijven.
Nugroho heeft welbewust de andere ethnische culturen van Indonesië voor zijn werk ontsloten; hij heeft in een land zonder kunstfilmtraditie een uitgesproken en eigenzinnige modernistische stijl ontwikkeld; hij heeft in dit streven een school aan jonge filmmakers op sleeptouw genomen en nationale en internationale deuren voor ze geopend. Zo'n voorbeeldige filmmaker is het en zo'n filmmaker verdient een boek. Een beter boek zelf, maar daar zou ik het niet meer over hebben.
Voor wie concrete belangstelling voor het boek mocht hebben het is uitgegeven door PT Bentang Pustaka (e-mail: bentang@ekuator.com). Ik weet niet wat het moet kosten, maar het kan nooit heel duur zijn.