Weblog White Light 3



Het is een bekend verschijnsel. Eerst zie je zelden of nooit groene schoenen. Je hebt je groene schoenen nog niet gekocht of je wordt door het één na het andere paar ingehaald. Zo beleefde ik ook het groene schoenen effect in Cannes dit jaar. Goed, ik had bedacht dat ik een programma over drugs en cinema wilde maken, maar ik had niet durven dromen dat ik over de drugsfilms zou struikelen. Zat het toch in de lucht? De polsslag van de tijd? Of louter in mijn gekleurde waarneming? Ik keek naar mijn schoenen en besloot om mijn oordeel nog even uit te stellen.

door Gertjan Zuilhof

De meest giftige groene schoen van het filmfestival van Cannes 2005 en ook één van de meeste besproken en gehate en ook wel bewonderde films was zonder twijfel The Great Ecstasy of Robert Carmichael van de debuterende jonge Brit Thomas Clay. Een wonderlijke film. Een film waarin achteloos diverse genres worden gemengd en die vanuit verschillende perspectieven wordt verteld.

Er is eerst de schets van een wat verloren kustplaatsje. De televisierealistische verbeelding van het krampachtige, maar niet wanhopige kleinburgerlijke leven. De gemeenschapszin. Het schoolconcert. De Robert uit de titel is een wat slungelachtig moederskindje. Hij oefent braaf samen met zijn moeder op zijn cello. Zijn sadistische seksuele fantasieën ontgaan zijn moeder en de rest van zijn omgeving. Zelf weet hij ook niet wat hij ermee moet.

Buiten de school, buiten het dorp, buiten de gemeenschap hangen wat jongeren rond die niet willen deugen. Ze stelen wat. Rommelen wat met pilletjes. Het moederskindje Robert voelt zich sterk tot de foute jongens en meisjes aangetrokken. Slikt net te gretig ook eens een pilletje. Dit had nog een tijd goed of een beetje fout kunnen gaan als niet Larry, de grote criminele neef van één van Robert's schoolmaatjes, op het toneel zou zijn verschenen. Net vrij uit de gevangenis en op zoek naar klanten en slachtoffers. Larry is uiteindelijk ook maar een kleine dealer, maar hij introduceert de jongen bij het echte werk.

Wat volgt is de beste dealerscène die ooit op film is vastgelegd. Ik word graag van het tegendeel overtuigd. Alleen hiervoor heeft Clay waarschijnlijk Angelopoulos' cameraman Yorgos Arvanitis ingehuurd. In een adembenemend smakeloos ingerichte maar o zo coole ruimte, een onwaarschijnlijk kruising tussen een kunstgalerij en een hotelkamer die je per uur kunt betalen, cirkelt de camera als vertraagd rond tussen de opperste verdwazing. Een dj draait monomaan zijn dreunen zonder zich om de om zich heen grijpende waanzin te bekommeren. Bijna achteloos vindt in een zijkamertje een groepsverkrachting van een door drugs verdoofd meisje plaats, waar de meeste gebruikers in de ruimte nauwelijks erg in schijnen te hebben.

In Cannes verlieten veel mensen op dit moment de zaal. De combinatie van cinematografisch talent en sadistische verbeelding was blijkbaar te veel van het goede. En het ergste moest toen nog komen. Aan het slot zit een door amfetamine en wat al niet opgewekte uiterst agressieve groepsverkrachting waarvoor het woord abattoir passend is. Geen fijne film? Misschien niet, maar moet een goede film ook fijn zijn?

Fijner was zeker Johanna van de jonge Hongaar Kornél Mundruczó al was het ook geen zoetsappige film. Variety sprak van gothic grunge en dat bedoelden ze niet positief. Ik denk dat het één van de meest gewaagde en meest originele films van Cannes was. Hij vertelt het verhaal van een soort hedendaagse Jeanne d'Arc (maar in feite ook een soort Florence Nightingale) in de vorm van een filmopera waarbij de oorspronkelijke muziek speciaal voor de film werd geschreven. Johanna is een junkie. Als ze in het ziekenhuis terecht komt werpt ze zich op als vrijwillige verpleegster die patiënten weet te genezen middels een wel zeer actieve bijslaap. Godsdienstwaan of drugsroes, dat blijft nog even de vraag, maar een bijzondere film is het zeker.

En die andere groene schoenen?  Barbera Kopple, als documentairemaakster een absolute veterane, kwam met haar eerste speelfilm Havoc. Een opmerkelijke film over de aantrekkingskracht van de criminele zwarte drugscultuur op verwende rijke blanke middelbare scholieren in Los Angelos. Zeer overtuigend in zijn tekening van de diverse subculturen dankzij het oog van de geschoolde documentairemaakster en iets minder overtuigend in de dramatisering, maar alles bij elkaar toch een bijzondere film. 

Havoc haalde het officiële festival niet en dat gold ook voor Stoned van Stephen Woolley. Stoned is een degelijke en onderhoudende speelfilm over de 'last days' van één van de meest beweende drugsdoden Brian Jones. Woolley's film is artistiek de mindere van die van Van Sant, maar de release van Woolley's film zou er wel eens voor kunnen zorgen dat de zaak Jones weer wordt heropend.

En, last but not least, er was natuurlijk Last Days van Gus Van Sant waarvan alleen om juridische redenen niet gezegd mocht worden dat het om de laatste dagen van de martelaar van de gothic grunge Kurt Cobain ging. Jim Hoberman schreef daarover in The Village Voice: ...Last Days may be the most evocative heroin movie ever made...' En wie zou hem willen tegenspreken?