Weblog White Light 4



Soms bestaat research gewoon uit afwachten. Er zijn films en filmmakers die zich op een andere manier niet laten vinden. Als je 'drugs en cinema' in Google typt vind je van alles en nog wat, maar niet de naam van John Price. Ga je naar een filmdatabase dan vind je Price al helemaal niet. Toch heeft de man een oeuvre, al was ik mij daar tot voor kort niet van bewust.

door Gertjan Zuilhof

Price schreef mij naar aanleiding van mijn column over Jordan Belson (zie Weblog White Light 2). Hij vroeg zich af of ik geïnteresseerd was in psychedelische gesolariseerde kleurenfilms. Allemaal op 16mm gedraaid en met de hand ontwikkeld. Meestal van 3' lengte: gewoon de lengte van een filmstrook van 100 foot.

De meeste, zo stelde hij, zullen een zaal met toeschouwers die drugs hebben gebruikt visueel zeer bevredigen. Zo leverde hij direct een nieuw, maar wellicht weinig werkbaar, criterium voor de selectie van films voor dit programma: dient bevredigend te zijn voor gedrogeerd publiek.

Uiteraard vroeg ik hem om voorbeelden van zijn werk op tape of dvd te sturen. Dat duurde even want die moesten nog worden gemaakt. Toen begreep ik ook waarom Price het festivalcircuit nog niet had geraakt. Anders dan duizenden van zijn collega's stuurde hij niet lukraak dvd-tjes rond naar alle denkbare festivals en alle geplaagde programmeurs.

Volgens zijn meegestuurde bio/filmografie kwam Price via zijn belangstelling voor de geheimen van de fotografie tot 'alchemistische' experimenten met filmemulsies en filmformaten. Hij hanteerde daarvoor vaak goedkoop materiaal dat over de datum was of materiaal dat niet voor filmen was bedoeld. Hij ontwikkelt met de hand om de kleuren, tonen, tinten en korrels te kunnen beïnvloeden, maar ook om het toeval een rol te kunnen laten spelen. Allemaal handwerk dus. Allemaal chemisch en analoog. En allemaal experimenteel of op zijn minst proefondervindelijk. Voor Price heeft de digitale revolutie nog niet plaatsgevonden en zal hij waarschijnlijk ook nooit plaatsvinden. Een grotschilder in de tijd van het plasmascherm. Ja, en de films zijn nog zwijgend ook.

Maar belangrijker: ze zijn prachtig. Je moet ze een paar keer zien om door de kleurige en vloeiende emulsie de onderliggende realistische beelden te zien, maar zelfs op video werken ze betoverend. De filmstills die hij later stuurde, direct van de filmstrook gedrukt, gaven een nog beter beeld van wat de al of niet gedrogeerde kijker straks bij een filmvertoning te wachten staat.

Price spreekt over rolls en niet zozeer over films als hij over zijn werk spreekt. Zoals een schilder over doeken spreekt en niet zozeer over schilderijen. Hij laat de hele rol intact. De montage (en het dubbel en overvloeiend filmen) vindt plaats in de camera. Daarna gaat de film in de chemicaliën en op de optische bank. Ik denk niet dat er een montagetafel aan te pas komt.

Toen ik hem voor de zekerheid vroeg of hij zich wel realiseerde dat zijn films in een narcotische context zouden worden vertoond, schreef hij ondermeer dat hij met name bij het zoeken van speciale tinten roze en paars voor de kleuring van beelden van een parade en een amusementspark onder invloed was van LSD. Ik vroeg maar niet verder, want waarom zou je een filmmaker onnodig in de problemen brengen?

Het werk van Price staat evident in de traditie van de grote Amerikaanse (Price is overigens een Canadees uit Toronto) experimentele filmexpressionisten als Stan Brakhage en de reeds genoemde Jordan Belson. Price stuurde een mooi klein filmpje (ik noem het toch maar geen 'rolletje') dat Fire # 3 heet. Een minimaal maar virtuoos werkje dat raakt aan de kitsch (zoals ook Belson aan de kitsch kan raken) maar die verschroeiende vlam net (of toch net niet) weet te ontwijken.

Niet al zijn werk is alchemistisch esoterisch. Het maar liefst 13' durende, oorspronkelijk op super8 geschoten Making Pictures zou je zelfs sociaalrealistisch kunnen noemen. Hij draaide de film in China toen hij Peter Mettler (ja, de Mettler van het monumentale Gambling, Gods and LSD, vreemd dat die nog niet eerder in deze rubriek is genoemd) assisteerde bij het maken van een documentaire over de Canadese industriële landschapsfotograaf Edward Burtynsky. Zwart-wit met emulsiekorrels als sneeuwvlokken zo groot en eerder Dziga Vertov (Chelovek S Kinoapparaton/De Man met de Camera) dan Belson of Brakhage.

Er bestaat een soort filmmakers dat niets aan het toeval overlaat. Soms zijn het grootse filmmakers, maar niet per definitie. Price is onmiskenbaar een filmmaker die veel aan het toeval overlaat. Het grote verschil tussen analoog en digitaal misschien. Een chemisch bad is tenslotte iets heel anders dan een softwareprogramma. Stop tien films in een softwarebad en je krijgt tien dezelfde films. U begrijpt waar ik heen wil.

Price vertoonde zijn films eens met twee musici die de beelden vooraf nooit hadden gezien. Zo kan toeval natuurlijk ook worden afgedwongen.