Weblog White Light 5



Ze heeft kans gezien om de belangrijkste toegangsdeur tot het Centraal Station van Rotterdam als de hare te claimen. Met de meest zeurderige en nasale bedelstem denkbaar trek ze de aandacht van de naar huis vluchtende dames en heren. Haar blik is die van een verschrikt wezentje uit het nachtdierenhuis. Een ongewassen doodskopaapje. Ze is de spreekwoordelijke junk. Een wandelende en blatende waarschuwing tegen de zuigende kracht van heroïne. Maar evenzeer het wonderlijke bewijs dat dit glamourloze drugsbestaan onbegrijpelijk lang vol te houden is. Je kunt blijkbaar heel lang fragiel en ongezond zijn. Niet dat ik het zou willen uitzoeken, maar soms vraag ik me bij zo'n anonieme junkie af waar ze vandaan is gekomen en hoe lang dat nog zo door kan gaan.

door Gertjan Zuillhof

Ideoloog van het drugsgebruik
In de door John Maringouin geproduceerde en door Molly Lynch gedraaide documentaire Gucci Crackheads Battle Nihilism wordt een van de wezens uit het stedelijke nachtdierenhuis uit de anonimiteit gehaald. Hoofdpersoon Julie is nog geen doodskopaapje. Het is een kleurrijk geverfde en geklede vrouw van al een eindje in de dertig die luidruchtig gebarend en pratend de nachtelijke straten van San Francisco onveilig maakt. Ze spuit cocaïne. Snuiven is voor snobistische weekendgebruikers. Niet heftig genoeg. Daarvan krijg je geen honderd orgasmen tegelijk.

Julie is een soort ideoloog van het drugsgebruik. Het is haar keuze. Ze heeft haar glanzend verlopende yuppiecarrière bewust vaarwel gezegd en schrijft nu te pas en te onpas met een viltstift haar narcotische inzichten op de muren en deuren van de stad. Julie en haar spuitende en snuivende vriendinnen zijn de schaamte voorbij. Terwijl ze op straat hurkt om te plassen blijft ze druk doorkakelen.

Lynch maakte van zijn film meer dan alleen een reportage van een uitzonderlijke junkie, door nieuwsbeelden en fragmenten uit antidrugsfilms op een ironische manier door de film te weven. De klassieke beelden van de oude president Bush tijdens een televisietoespraak over drugs als de grootste interne vijand met een flinke zak crack-cocaïne in zijn hand die hij nog tijdens zijn toespraak in zijn bureaulade lijkt te stoppen of beelden van Indianen tijdens een rituele cocaroes vormen geestige en effectieve contrasten met het geleuter van de zelfingenomen Julie.

Amechtig
Molly Lynch produceerde na Gucci Crackheads Battle Nihilism nog een junkiefilm, nu met haar producent John Maringouin als regisseur. Running Stumbled lijkt ook inhoudelijk een volgende stap. De film gaat dieper. Is emotioneler. Soms zelfs ondragelijk. Maringouin (toen nog onder de naam John Landrum) maakte eerder de vrijzinnige documentaire Just Another Day in the Homeland, die in 2003 in Rotterdam in het Homefront USA-programma werd vertoond (Weblog Homefront USA 8).

Maringouin was toen al met Running Stumbled bezig, een portret van zijn vader die al dertig jaar aan heroïne verslaafd is, en onderbrak die film voor het maken van een spontane reactie op het begin van de oorlog in Irak.

John Roe jr. (Maringouin alias Landrum kwam als John Roe III ter wereld) was ooit een gevierde kunstschilder in New Orleans. Nu leeft hij amechtig in een troosteloze buitenwijk in Terrytown. Zijn woning hangt nog vol met schilderijen die hij in de jaren zeventig gemaakt moet hebben (en die het meest lijken op de werken van Max Ernst of Francis Picabia uit de jaren dertig) en het wordt al snel duidelijk dat hij in geen jaren meer een penseel heeft aangeraakt. Hij woont samen met zijn zoveelste vrouw, die ook al heel lang de weg kwijt is. Zij fungeert onbedoeld als verteller in het verhaal als ze dronken of in roes over van alles en nog wat fulmineert en dan ook terloops de achtergronden toelicht. De zoon en filmmaker lijkt met stomheid geslagen. Hij heeft zijn vader sinds zijn kleutertijd niet meer gezien en ze zijn dus eigenlijk vreemden voor elkaar. Maringouin kijkt hoofdschuddend toe naar het leven van het echtpaar dat Who is Afraid of Virginia Woolf ver voorbij is. Zelfs de hel van de ander van Sartre is te lief en te netjes voor de pleurisbende en permanente haat van deze tot elkaar veroordeelde treurige junkies. Het verkopen van straatkranten in Rotterdam heeft vergeleken bij dit nachtdierenbestaan aanzienlijk meer glamour.

Maringouin geeft zijn commentaar niet in woorden, maar in het verkleuren en vervormen van de beelden. De film is te emotioneel en te serieus om hem met een muziekvideo te vergelijken, maar zijn beeldentaal is even expressief. En de film is te vol van leven om het een filmisch experiment te noemen. Al worden soms alle knoppen open gedraaid.
Het is een moedige film. Want de filmmaker kijkt niet alleen zijn onbekende vader diep in de ogen, hij houdt ook zichzelf een spiegel voor. Ik ken maar heel weinig filmmakers die zo vastberaden naar zulke onverkwikkelijke persoonlijke problemen kunnen kijken. Ik zou er één of twee kunnen noemen. Dan houdt het wel op.