Twaalf figuren wandelen in repetitieve patronen door het beeld volgens een geheel eigen logica. In hoog tempo wisselen de dagen en nachten elkaar af.
Op één enkele locatie lopen twaalf figuren vier identieke routes door het beeld, waarbij ze steeds proberen degene voor zich te volgen in zijn bewegingen. De herhaling maakt ze tot een soort slaapwandelaars in een wereld waar de tijd geen vat op lijkt te hebben.