Een hallucinante horror-allegorie, die evenzeer door de filmhistorie als door de psychoanalyse geïnspireerd is. De kijker volgt een vrouw in haar jeugd, adolescentie en volwassenheid, en de worstelingen met haar eigen driften en die van anderen. Niet geschikt voor mensen met een zwakke maag.
Na een reeks suggestieve korte fictiefilms pakt het Frans-Belgische regisseursduo Hélène Cattet en Bruno Forzani groots uit met het unheimische, hallucinante Amer. De film volgt een vrouw gedurende drie beslissende episodes in haar leven. Ze is nog een jong meisje als ze haar dode opa tot leven wekt, en haar ouders de liefde ziet bedrijven; haar eerste confrontatie met de grote mensenwereld. Dan ontdekt ze in haar puberteit de huiveringwekkende macht van verval en seksualiteit. In het derde deel worstelt ze met verlies, eenzaamheid en de dood, als ze terugkeert naar het inmiddels vervallen ouderlijk huis. Daar begint een achtervolging met een taxichauffeur en een geheimzinnige derde figuur - al wordt nooit duidelijk wie wie achtervolgt. Amer intrigeert doordat de regisseurs horror-elementen afwisselen met kleur- en montage-experimenten, elegante vertelstrategieën, en verwijzingen naar Alfred Hitchcock, David Lynch en Mario Bava. Een complexe freudiaanse allegorie met indrukwekkend production design.
PROGRAMMER NOTES
'I can feel myself under the gaze of someone whose eyes I do not see, not even discern. All that is necessary is for something to signify to me that there may be others there. This window, if it gets a bit dark, and if I have reasons for thinking that there is someone behind it, is straight-away a gaze.'
Dit citaat van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan zou niet misstaan als kenschets van Amer, het speelfilmdebuut van Cattet en Forzani, dat een vertelling opbouwt met niet veel meer dan blikken, gebaren en lijven. Daarbij trekken ze een paar kunstgrepen uit de filmkast die in de film van hun voorgangers een belangrijke rol speelden. Het spaarzame, maar effectieve gebruik van een Morricone-achtige soundtrack; scènes met een opeenvolging van monochrome kleuren; het gebruik van vertekenende lenzen, om er een paar te noemen. De meest voor de hand liggende filmische referentie zijn de ‘gialli’, van Italiaanse cultregisseurs uit de jaren zeventig als Lucio Fulci, Mario Bava en Dario Argento (het affiche van de film is hiervan het meest overtuigende bewijs!).
De beweging in de film, van donkere interieurs naar de kleurenexplosie van de Franse Zuidkust, volgt grofweg drie fases in het leven van een meisje / vrouw. Het is overduidelijk het vrouwelijke perspectief dat hier domineert, waarbij de wellustige blikken van mannen zowel bedreigend als intrigerend kunnen zijn, en seks een verboden vrucht is, die er om schreeuwt geproefd te worden.
EH