Wervelend meesterwerk van Indonesische cineast die het begrip barok vertaalde naar de Javaanse cultuur. Oeroud verhaal over verlangen en jaloezie, verbeeld door een fantastische samensmelting van oude en moderne muziek, dans en beeldende kunst. Een spektakel.
Om kleurrijke fantasieën heeft Garin Nugroho nooit verlegen gezeten, maar dit kan zonder twijfel zijn meest kleurrijke en fantastische film worden genoemd. Uitbundig zelfs. De film werd gemaakt in het kader van het New Crowned Hope project: een Weens initiatief ter gelegenheid van het Mozart-jaar onder artistieke leiding van Peter Sellers, waarbij voormalig Rotterdam-directeur Simon Field verantwoordelijk was voor het filmgedeelte.
Nugroho vertaalde de grandeur van de klassieke opera met zijn wervelende samensmelting van muziek, drama en aankleding naar de muzikale, dramatische en decoratieve verschijningsvormen van zijn land en cultuur. In die mix vond hij als het ware een nieuwe kunstvorm uit waarin moderne dans, muziek en drama werd vermengd met traditionele stijlen. Als in iedere opera zit er onder het levendige schouwspel ook een verhaal. Dat is ontleend aan de Ramayana, het duizenden jaren oude, verhalende gedicht over Prins Rama en zijn vrouw Sita die wordt ontvoerd door de demon Ravana. Nugroho beperkte zich niet tot het hoofse verhaal, maar maakte een parallel over de pottenbakkers Setyo en Siti die evenals Rama en Sita in hun huwelijkse trouw worden beproefd. De film is dan ook niet alleen rijk in zijn uitvoering en aankleding, maar ook in zijn vele subthema’s die verwijzen naar maatschappelijke kwesties uit de min of meer prekoloniale periode waarin de film gesitueerd is. (GjZ)