Wat was het uitgangspunt voor deze film?
In de serie ‘Hoe vertel ik het mijn ouders’ maken we gebruik van de spanning die tussen kunstenaars en hun ouders bestaat. Kunstenaars zijn heel goed in staat is om aan een zelfgekozen omgeving - vrienden, curatoren, galeriehouders, journalisten en collega-kunstenaars - het waarom van de kunst uit te leggen. De kunstopleiding die ze hebben genoten heeft ze tot ware essayisten van hun eigen werk gevormd: de taal die ze hebben leren spreken is die van de kunstwereld en die bewerkstelligt niet altijd aansluiting bij je vader of moeder.
Waarom ben je als beeldend kunstenaar bijvoorbeeld al drie jaar bezig met het systematisch wegpoetsen van de vogels uit de Hitchcock film The Birds? Of waarom is het brouwen van bier eigenlijk helemaal kunst voor in een museum?
Vorig jaar liep ik als bezoeker rond in de gangen van de Rietveldacademie. Het gebouw met zijn honderden werkplekken was voor een Open Dagen-weekend omgetoverd van school tot galerie. Mijn aandacht werd getrokken door het werk van een studente op de afdeling Autonome Kunsten. In haar werkruimte had de nog net niet afgestudeerde kunstenares in het midden een manshoog object geplaatst. Hierover heen een wit laken. In de hoek van de kamer stond een cd-speler die een fluisterende tekst afspeelde in een taal die mij vreemd was.Ik viel bij binnenkomst midden in een gesprek dat de Björk-achtig kunstenares voerde met een oudere man en vrouw, overduidelijk haar ouders, die natuurlijk nieuwsgierig waren waar hun dochter nu toch twee jaar lang aan gewerkt had.
De vader had zijn handen op zijn rug en speelde met zijn autosleutels, terwijl het meisje praatte over dat ‘kunst op een punt is aanbelandt dat alleen afstandelijke beelden..., juist de suggestie van het ingepakte..., ehm, nog kan voldoen aan de honger van de markt, snap je’.
Het kostte haar zichtbaar moeite uit haar woorden te komen. De moeder knikte driftig en liet zich af en toe ‘mooi’, en ‘interessant’, ontvallen. Ze was rood aangelopen van al dat inleven. Het meisje werd door een medestudente even weggeroepen – en zo bleven de ouders alleen in de ruimte achter. De vader zuchtte. De moeder zuchtte omdat hij zo zuchtte. ‘Ze is toch zeker twee jaar bezig geweest met dat beeld, waarom mogen we dat dan niet zien?’, fluisterde de vader. ‘Ik vind het wel spannend zo. Die suggestie. Toch?’ De moeder kantelde het hoofd en keek het van onder een andere hoek. ‘Dan had er net zo goed iets anders onder dat laken gekund. Niet een beeld waar je zo lang aan werkt. Wie ziet dat nou.’ ‘Toe laat ‘r toch,’ siste de moeder. ‘We hoeven het niet te begrijpen.’
We zijn nu al zo’n 10 jaar als filmmaker, schrijver, grafisch vormgever en beeldend kunstenaars actief, en bevinden ons eigenlijk nog steeds op hetzelfde niveau als waar het meisje tijdens de Open Dagen zich bevond: we kunnen nog steeds niet makkelijk aan onze ouders uitleggen waar we met ons werk mee bezig zijn en waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Nog steeds, als we ieder bij onze ouders op bezoek gaan, wordt er niet over ons werk gesproken. Zoals wij op onze beurt ook niet met ze over politiek beginnen, omdat we anders met onze vader of moeder van een discussie zo in een ruzie belanden. En dat vinden onze moeders niet leuk: ‘het moet wel gezellig blijven, jongens’.
Wat was je plan toen je aan de serie begon?
In onze serie nodigden we negen kunstenaars in de studio uit hun werk voor de camera aan hun ouders uit te leggen. Het uitgangspunt van de casting was simpel: het werk van de kunstenaar moest hermetisch en abstract van karakter zijn. Tijdens de research moest er een voelbare onevenwichtigheid zijn in de relatie tussen de kunstenaar en de ouder.
In plaats van met camera, licht en met een kunstwerk onder de arm af te reizen naar het ouderlijke huis ergens in Brabant besloten we de kunstenaars en de ouder in de anonimiteit van de studio uit te nodigen. In de studio bouwden we een grijze, identiteitsloze set, die subtiel verwijst naar een keukentafel setting - de ideale lokatie waar naar ons idee een goed gesprek met je ouders plaats vind.
Als filmers leek het ons heel makkelijk om met een dwingend format als dit (‘uitleggen kunst aan ouders’) in een documentaire setting als het ouderlijk huis de verkeerde keuzes te maken. Want hoe makkelijk is het om in te zoomen op de lelijke porseleinen clown in de vensterbank, of op dat gepunnikte, gekantkloste Melkmeisje van Vermeer. Of kijk die zelfgeschilderde depressies van de huisvlijtige ouder zelf! En dan hebben we het nog niet over de smakeloze bankstellen, en die schrootjes aan de muur! Deze beelden zouden dan al te makkelijk vertellen dat de ouders hun hele leven nooit zouden begrijpen waar die zoon of dochter mee bezig is. Moet je kijken wat een verschil. Haha, wat hebben we gelachen om die ouders en hun kunstenaars. Dat was nu net waar we helemaal geen zin in hadden.
We wilden dat de studio een soort 0-0 setting was, anonymous grounds, waarin het hoofdzakelijk over taal zou moeten gaan. Daarom kozen we er ook voor om zo min mogelijk context te geven rondom het kunstwerk dat zou worden besproken door de kunstenaar. Een normaal kunstportret zou al gauw in het atelier zijn opgenomen, waarna een korte camerabeweging op de verfspatten op de vloer en de kunstenaar moeite doet om zijn ijlste zieleroerselen te delen; een kunstig muziekje er onder en klaar is het kunstenaarsportret.
Wij wilden dat de kunstenaar zijn kunstwerk (foto, installatie, video, bierfles, etc) mee zou nemen naar de studio, maar dat hij het met de rug naar de camera toe zou tonen. Zodoende gaat wat ons betreft de kijker op de taal van de kunstenaar letten en creëert de kijker zijn eigen beeld van het werk wat de kunstenaar nu zou hebben gemaakt.
Heb je een anekdote over het maken van de film?
De setting waar de kunstenaar en de ouder(s) in zitten heeft een eigenaardigheid die op het blote oog niet waarneembaar is: de stoel waar de kunstenaar op zit is een paar centimeter korter dan die van de ouder. Dit hebben we bewust gedaan om visueel de kunstenaar lager uit te laten komen en deze onderbewust weer op de hoogte van ouder en kind uit te laten komen.