Eskiköy en Dogan over Voice of My Father   

In Voice of my Father geven de Turkse Orhan Eskiköy en de Koerdische Zeynel Dogan een stem aan de Koerdische minderheid in Turkije. Het zorgvuldig gefotografeerde portret van Dogans uiteengevallen familie, balanceert tussen documentaire en fictie.

In een notendop
(E) “Sorry, onze film is niet in één zin te vangen. Het is niet voor niets dat we zoveel moeite hadden ‘m te pitchen aan financiers.”

Eerste keer
(E) “We maakten eerder al samen films, waaronder een documentaire. Maar we hebben onderschat hoe moeilijk het is om een mix van documentaire en fictie te maken. We deden veel research en schreven vervolgens een script. Omdat dat gedeeltelijk was gebaseerd op dingen uit het dagelijks leven van Zeynels familie, was het voor hen soms verwarrend waar de realiteit ophield en de fictie begon.”

(D) “Voor mij was het moeilijk om te werken met mijn vrouw en mijn moeder. Het was vreemd om hen, bijvoorbeeld als ze bepaalde scènes niet wilden spelen, op hun verantwoordelijkheden als crew-lid aan te moeten spreken.”

(E) “Van tevoren spraken we samen goed door wat het resultaat moest worden. Tijdens het draaien gaf ik de regie-aanwijzingen.”

(D) “En ik acteerde als de zoon en lette op de Koerdische acteurs en hun intonatie. Ik beheers wel Turks, maar Orhan geen Koerdisch.”

Turkije
(E) “Het wordt lastig deze film in Turkije te vertonen, maar niet zozeer vanwege de Koerdische invalshoek. Er bestaat nauwelijks belangstelling voor kunstzinnige films. Op een bevolking van 75 miljoen is er een doelgroep van maximaal 150 duizend bezoekers. Daarnaast hebben we het probleem dat de afwisseling van de Koerdische met de Turkse taal een belangrijke rol in onze film speelt. In Turkije worden films echter nooit ondertiteld en als je de Koerdische delen in het Turks zou dubben, blijft er niets van over.”

Rotterdam
(E) “Het IFFR is heel belangrijk voor ons. Als we geen geld van het Hubert Bals Fonds hadden gekregen voor de afwerking, was deze film er nooit gekomen.”

Koerden en Turkije
(E) “Tien jaar geleden was het absoluut onmogelijk geweest om een Koerdische familie als onderwerp te nemen. Er begint nu pas een beetje openheid te komen over de vreselijke dingen die de Koerden in het recente verleden zijn aangedaan.”

(D) “Mijn moeder had het meeste moeite met haar tekst over de massamoord. Het zijn herinneringen van iemand anders uit de familie, dus voor haar voelde het verkeerd die teksten uit te spreken. Alsof ze zich andermans leed toe-eigende. De Koerdische kwestie is al oud, maar er bestaan nauwelijks boeken of films over.”

(E) “Analfabetisme en geldgebrek spelen daarbij een rol. Hoe moet een Koerd nu aan geld komen om een film te maken?”

(D) “Koerden zijn alleen geïnteresseerd in politiek en de enige kunstuiting die ons bindt is muziek.”

(E) “Het irriteert me nu al mateloos dat onze film als ‘die Koerdische film’ zal worden bestempeld bij uitbreng in Turkije. Daar kun je donder op zeggen. Wat nou? Hij is niet Koerdisch en niet Turks: het is een film uit Turkije! We moeten het verdorie met zijn allen zien te redden, separatie is geen optie.”

Bright Future
(D) “Ik ga me weer toeleggen op het lesgeven over film aan de kunstopleiding in Diyarbakir.”

(E) “En ik wil hierna een film met een sociaal thema maken. Over een jongen die in de gevangenis belandt en geen contact met zijn familie kan krijgen. En in de toekomst maak ik wellicht weer een film samen met Zeynel.”

Voice of My Father - Orhan Eskiköy en Zeynel Dogan
do 2 21:30 Pathé 7, za 4 15:15 Pathé 6

Door: Elsbeth Jongsma